Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1962 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 237

2 minuten leestijd

AFSTANDEN, TUSSENPOZEN EN VOORVALLEN*)') door G. J. SIZOO 1. „De physische verschijnselen spelen zich af in ruimte en tijd". Deze in het spraakgebruik gangbare zegswijze kan aanleiding geven tot — en is misschien ook vaak gebaseerd op — de gedachte dat ruimte en tijd onafhankelijk van de verschijnselen bestaan, zodat zij als het ware het toneel vormen, waarop het spel der verschijnselen zich afspeelt. Men meent dan de spelers te kunnen wegdenken en in de verbeelding het ledige toneel, de ledige ruimte en de ledige tijd, te kunnen overhouden. Tegenover deze opvatting moet echter worden ingebracht, dat ruimte en tijd begrippen zijn, die de mens zich heeft gevormd bij het waarnemen van de verschijnselen en waarmede hij doelt op een tweevoudige orde, die zich in het spel der verschijnselen onmiskenbaar aan hem openbaart. Wij kunnen deze tweevoudige orde kortweg aanduiden als die van het ruiast elkaar geplaatst zijn en die van het voor óf na geschied zijn, of ook als die van de juxtapositie en die van de successie. Aan de in het begin geciteerde zegswijze dient daarom niet de gedachte aan een toneel, maar de idee van de grondregels van het spel te worden verbonden. Met ons eigen lichaam in het spel betrokken, ervaren wij deze regels in eerste instantie individueel en subjectief. In de wisselwerking tussen onze zintuigelijke waarneming en ons logisch denken en in de gedachtenwisseling met onze medemensen, dringt zich echter de overtuiging aan ons op, dat wij hier te doen hebben met natuurlijke, d.i. aan de aard van het geschapene inhaerente, betrekkingen, waarvan wij objectieve kennis kunnen verkrijgen. Met de term „objectief' is hierbij niet bedoeld dat de kennis alleen bepaald zou worden door het kennis-object, datgene wat gekend wordt. Natuurwetenschappelijke kennis is altijd een relatie tussen het kennende subject, de geschapen mens, en het gekende object, de geschapen kosmos 2). Wanneer deze kennis hier „objectief" genoemd wordt, dan wordt daarmede bedoeld, dat zij niet wordt bepaald door onze individueel* De noten zijn als ,,aantekeningen" achter de tekst geplaatst.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1962

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 350 Pagina's

1962 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 237

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1962

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 350 Pagina's