1962 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 339
DE ENTROPIEWET EN DE BIOLOGIE
275
men het principe van Clausius ook als volgt formuleren: „Voor een onomkeerbaar proces in een afgesloten systeem is het entropieverschil tussen eind- en begintoestand groter dan of gelijk aan nul." In de statistische mechanica, waar de thermodynamische grootheden in verband worden gebracht met atomaire en moleculaire structuren, heeft men het entropiebegrip op andere wijze weten te definiëren. Koelt men nl. een vloeistof af tot kristalvorming optreedt, dan neemt volgens de thermodynamica de entropie af, maar tevens neemt de wanorde binnen het systeem af, daar de moleculen een geordende configuratie gaan vormen. Definieert men nu de entropie van een systeem als een maat voor de wanorde binnen dat systeem, dan blijkt deze nieuwe definitie de oude te dekken. De entropiewet zegt nu dus, dat voor een onomkeerbaar proces de wanorde binnen een geïsoleerd systeem steeds toeneemt of constant blijft. De entropiewet heeft dus een uitgesproken statistisch karakter; immers deze wet is afgeleid voor en getoetst aan systemen van een groot aantal deeltjes. De toepasbaarheid van genoemde wet in de biologie is het onderwerp van het artikel: „Entropie en leven" van Prof. de Groot (2). Het probleem van „entropie en leven", zo begint de Groot, kan gesteld worden in de vorm van de vraag: „Zijn de wetten der thermodynamica geldig voor biologische systemen?" Aan het slot van dit artikel wil ik deze probleemomschrijving aan een nadere beschouwing onderwerpen. Vooralsnog wil ik proberen de Groot's antwoord op deze vraag, en wel voor de entropiewet, te analyseren. Het probleem of de entropiewet geldig is voor biologische systemen is onderwerp geweest van vele discussies en nog steeds niet opgelost. De oorzaak van de controverse is duidelijk, immers in een biologisch systeem neemt de orde steeds toe en de entropie dus af, hoewel er onomkeerbare processen plaats vinden. Max Planck (3) zegt hierover: „dat men er op bedacht moet zijn, dat deze wet alleen zegt dat op een onwaarschijnlijke toestand een steeds waarschijnlijker toestand volgt, want het is een waarschijnlijkheidswet." In de biologie zou men dus op grond van deze wet degeneratie waarschijnlijker moeten achten dan „Veredelung". Want het gewone, het wanordelijke, is waarschijnlijker dan het ongewone, het geordende. In zijn boek; „Ergebnisse und Probleme der Naturwissenschaften" zegt Bernhard Bavink (4): „Deze beschouwingen dringen niet tot
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1962
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 350 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1962
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 350 Pagina's