Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1962 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 309

3 minuten leestijd

MAGIE IN DE ISRAËLITISCHE GENEESKUNDE

249

plaatst zijn rechter duim in de linker hand en de linker duim in de rechter hand en zegt dan: „ik A.zoon van B, stam uit de stam Jozef, waarop het Boze Oog geen vat heeft". (Ber. 55 b). De nakomelingen van Jozef waren beschermd tegen het Boze Oog, wellicht omdat Jozef in Egypte bescherming tegen tovenarij had bewerkt. Van Jochanan wordt verteld, dat hij een zeer mooie man was. Hij ging aan de ingang van het rituele vrouwenbad zitten, zodat de vrouwen hem passeren moesten. Door hem te zien, zouden ze mooie kinderen krijgen. Toen men hem nu vroeg, of hij niet bang was voor het Boze Oog, antwoordde hij: „ik stam af van Jozef, waardoor het Boze Oog geen vat vat op mij heeft". (Ber. 20a, b. Mezia 84a). Ook dieren werden beschermd tegen het Boze Oog. Zo hing men de staart van een vos op de kop van een paard, tussen de ogen, ten einde het tegen de inwerking van het Boze Oog te beschermen (b. Sabb. 53a, Tosefta Sabb. IV 5 (115i4)). Dezelfde werking hadden de belletjes, welke eveneens op de kop van het paard, tussen de ogen gehangen werden. (Pesachim 53a). Een band om het hoofd, vooral een geknoopte band, zou ook tegen het Boze Oog behoeden. (Sabb. 66b). Babylonië is het vaderland van tovenarij, sterrewichelarij en het geloof aan demonen en geesten in de oudheid. In het oude Rome werd de naam „Chaldeer" voor tovenaar en astroloog gebruikt. Cicero wijst er op, dat „Chaldeer" echter de naam van een volk en niet die van een beroep is i). Ondanks deze en andere bezwaren tegen astrologische invloeden op ziekte en dood, bleef de gewoonte bestaan, ook in de tijden van de talmoed en nog eeuwen daarna, de dagen waarop men wel of niet zich aan medische behandelingen mocht onderwerpen, mede te laten afhangen van de constellatie der sterren. Het is in dit opzicht de Babylonische arts mar Samuel, die talrijke voorschriften geeft over de tijden, waarop men een patiënt mag aderlaten 2). Zo mag het aderlaten wel plaats vinden op zondag, woensdag en vrijdag, maar niet op maandag en donderdag, daar op deze dagen het hemelse gerecht zitting zou hebben. Op dinsdag zou het aderlaten niet gunstig zijn, omdat op deze dag de planeet Mars, die door alle astrologen als schadelijk voor het leven werd beschouwd, een bijzonder ongunstige stand zou innemen. Ook de opvattingen van de Joden ondervonden natuurlijk grote ^) Preuss 1. c. Cicero: De divinant. L, 1. 2)

Sabb. 129 b.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1962

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 350 Pagina's

1962 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 309

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1962

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 350 Pagina's