1962 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 120
92
A. VAN DER 2WAN
sering van borstkanker, prostaatkanker, etc. maar ook bij zeer ernstige suikerziekte, die gepaard gaat met vaatafwijkingen, bij reuzengroei en bij maligne exophthalmus (is niet te stuiten uitpuilen der oogbollen). Haymaker^^) houdt zich meer bezig met het vernietigen van weefsel b.v. tumoren dan met physiologische proeven, evenals trouwens ook Farr20) uit Upton en Hicks en Kjellberg22) uit Boston en Leksell23) uit Stockholm. Van bijzonder belang was de ontdekking van Haymaker, dat verschillende cellen zeer verschillend reageren op eenzelfde stralendosis. Hij vond, dat de gliacellen (astrocyten) het eerst worden getroffen en de zenuwcellen pas later, terwijl de bloedvaten weer aanzienlijk minder gevoelig zijn dan de zenuwcellen. Worden de bloedvaten tenslotte beschadigd dan treden ook nog al eens bloedingen op. Hicks-^) bevestigt het verschillend reageren der verschillende helsencellen niet alleen,maar gaat daarop nog dieper in. Hij heeft geconstateerd, dat deze verschillen niet honderdvoudig, maar soms zelfs wel duizendvoudig zijn. Wij wisten al, dat bij röntgenbestraling sommige neuronen door 1500 Rö-eenheden volledig gedood kunnen worden, andere nog niet door 20 x zoveel. Wat de protonenstralen betreft, een ezel wordt door enige honderden rad. (de eenheid bij de kernstralen), gedood, een aap krijgt bij 1000 rad. hersenvliesontsteking, een knaagdier bij dezelfde dosis niets. Primitieve cellen worden snel door 30 rad. gedood. Zijn conclusie was dan ook, dat hij de algemene regels van Haymaker niet durfde handhaven omdat hij ze veel te simplistisch vond. Door deze grote verscheidenheid van reactie ligt een heel veld van nieuwe onderzoekingen open. Kjellberg en Preston22) van Boston zijn na vele dierexperimenten overgegaan tot de kliniek. Zij werken vooral met het Braggpeakeffect van de protonstralers. Operatie is daarbij niet nodig voorzover die niet voor de diagnostiek nodig was. Ook zij verkrijgen hun protonenstralen door een Synchro-cyclotron. Zij werken vooral met de eigenschap, dat protonenstralen hun grootste effect hebben aan het eind van hun draagwijdte. Dit effect, n.l. de grootste werking aan het eind van de straal, wordt naar de onderzoeker Bragg: het Braggpeakeffect genoemd. De energie, die daar vrijkomt is 11/2 a 2 maal zo groot als de energie in het gewone verloop van de stralenbundel. De aanwending daarvan heeft verschillende voordelen. De meeste eerder genoemde onderzoekers hebben intracraniele
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1962
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 350 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1962
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 350 Pagina's