Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1962 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 308

3 minuten leestijd

248

J. Z. BARUCH

4. Het Boze Oog als ziekteoorzaak Afgunst en jaloezie vormen het Boze Oog. „Het Boze Oog, sexuele lusten en jaloezie van andere mensen, brengen de stervelingen om het leven" (Aboth 11, 16). Twee babylonische geleerden, Rab en Chija, meenden dat 99 procent van alle mensen sterven door het Boze Oog en slechts 1 procent door natuurlijke oorzaken (j. Sabb. XIV, 14 c 53). Als in de bijbel gezegd wordt (Deut. 7, 5): „God zal alle ziekten van U verwijderd houden", dan wordt daarmede de invloed en werking van het boze oog bedoeld (bm. 107 b). De gedachte, dat de blik van sommige mensen schade kon berokkenen aan gezondheid of bezit van andere mensen, was sterk verbreid. Van de bekende Misjnaleraar Simon ben Jochai, welke omstreeks 150 leefde, wordt vermeld, dat „hij zijn blikken naar iemand opsloeg en deze aldus in een skelet veranderde" (Pesichta 90b). Jochanan (omstreeks 270) zou hetzelfde verricht hebben bij een ketter (Pesichta 137b). Hij zou ook andere mensen, zoals Simon ben Lakisch, door zijn blikken hebben gedood. (Baba Metsia 84 a). Ook Kahana zou hij op deze wijze hebben gedood, maar hij zou hem weer in het leven teruggeroepen hebben. (Baba Kamma 11a). Terwijl Rab en Chija, uit Babylonië, meenden, dat 99 van de 100 mensen door het Boze Oog sterven, hielden anderen, Chanina en Samuel, de koude voor de belangrijkste oorzaak van de dood. (Bm 107 b). De palestijnse talmoed verklaart de controverse tussen beide geleerden uit hun land van herkomst. Terwijl Rab en Chija uit Babylonië kwamen „waar het Boze Oog veel voorkomt" (j. Sabb. XIV, 14 c 53) leefde Chanina in Sepphoris in Palestina, waar „De koude vaak heerst" (j. Sabb. 14 c 48; cf. b. Baba Mezia 107 b). Men kan zich beschermen tegen het Boze Oog (Baba Bathra 1, 18a). Het gaan onder een poort van veel mensen tegelijk, trekt het Boze Oog aan. Jacob zei tot zijn zonen, toen ze naar Egypte gingen: „gaat niet tegelijk onder een poort door, vanwege het Boze Oog". (Gen.r.c. 91 (339a). Voortreffelijke mensen trekken ook het Boze Oog aan. Toen het publiek in de leerschool verlangde, dat Juda 1 vanuit zijn bank in de school zou komen, om plaats te nemen op het podium, zei zijn vader, de patriarch Simon ben Gamliel: „Een duif bevindt zich onder U en die wilt gij nu vernietigen". (Baba Mezia 84 b). De kans bestond nl. dat toen Juda 1 moest opstaan uit de menigte, ten einde zich naar het podium te begeven, het Boze Oog hem zou opmerken. Wie een stad wil binnengaan, maar bang is voor het Boze Oog, die

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1962

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 350 Pagina's

1962 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 308

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1962

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 350 Pagina's