1962 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 142
108
A. BLOM
2. Als wij spreken van een afbeelding, of kortweg van een beeld, denken wij onwillekeurig aan de „darstellende Geometrie", die ons in de perspectief, de scheve projectie enz. allerlei methoden aan de hand doet om een ruimtelijk voorwerp op verantwoorde wijze af te beelden. Het essentiële van al deze methoden van beeldvorming is, dat het aantal dimensies teruggebracht wordt van drie op twee. Ik meen, dat vermindering van het aantal dimensies de essentie is van alle beeldvorming. Weliswaar bestaan er ook processen die het aantal dimensies ongewijzigd laten, en waarbij we soms toch spreken van „afbeeldingen" (zoals vermenigvuldiging van figuren en andere transformaties), maar is het in deze gevallen niet juister om te spreken van verplaatsing, vergroting of verkleining, vervorming of iets dergelijks? Het maken van een beeld of afbeelding, ook als dit woord in overdrachtelijke zin gebruikt wordt, houdt altijd in: het tonen, liefst zo duidelijk mogelijk (misschien zelfs geaccentueerd) van bepaalde facetten van dat wat afgebeeld moet worden, maar tegelijkertijd het weglaten van andere facetten. Een foto van een kast kan mij volkomen duidelijk maken waar het over gaat, maar ik kan er niets in opbergen. In een standbeeld kan ik de bedoelde persoon herkennen, maar ik kan niet met hem spreken. In de „Moldau" van Smetana kan ik de rivier horen brullen in de stroomversnellingen, maar ik kan er niet in vallen. Een schrijver kan in enkele zinnen een karakter tekenen, maar ik kan die getekende persoon niet uitnodigen om in mijn stoel te komen zitten. Zo gaan er dimensies verloren bij het maken van een beeld. 3. In Genesis 1 : 26 lezen we: „En God zeide: Laat ons mensen maken naar ons beeld, als onze gelijkenis." De mens is dus geschapen als een goedgelijkend beeld van God, zodat eigenschappen van God in de mens te herkennen zijn. Maar als bij beeldvorming dimensieverlies essentieel is, is het dan oneerbiedig om te denken dat God een hyperdimensionaal wezen is? Is het mogelijk om op deze wijze begrippen als eeuwig en alomtegenwoordig enigszins te verklaren? Kan het zijn dat de verschijningen van God, zoals aan Abraham en aan Mozes, op dezelfde wijze begrepen kunnen worden als de manifestaties van de bol aan de „platlanders"? (voor wie het boek „Platland" niet kent: aanvankelijk zweeft de bol boven het levensvlak van de platlanders, en is dus niet waarneembaar; als de bol het vlak passeert wordt hij zichtbaar als een cirkel die eerst steeds groter, daarna steeds kleiner wordt, om tenslotte weer te verdwijnen; en het is de moeite waard om op te merken dat een ander lichaam, zoals bijv. een
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1962
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 350 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1962
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 350 Pagina's