1962 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 189
CONTRA NATURAM
147
mijn gevoel slechts in enkele gedeelten een adaequate benadering krijgt. Men mist veelszins de genuanceerde behandeling, die gemakkelijk aanknopingspunten met eigen ervaringen biedt. Aan het gehele boek kleeft het tekort van een zeker gemeenschappelijk uitgangspunt, dat gelegen had moeten zijn in een uitgesproken waardering en zinsbepaling van de door God gewilde differentiatie in de geslachten. De geslachtelijkheid en de liefde tussen man en vrouw, herkend als een grondmotief in het menselijk leven en de menselijke samenleving, behoren aan het begin van iedere principiële bespreking van homo-erotiek en homo-sexualiteit te staan. Hier vindt men er slechts, als terloops, een enkele herinnering aan, en wordt men veeleer getroffen door (althans den schijn van) een streven naar volkomen gelijkwaardigstelling van hetero- en homosexualiteit. Dit werk handelt namelijk zeer beslist niet alleen over den homosexuelen naaste, en de door een Christen tegenover hem in te nemen houding, maar over veel meer. Het handelt, soms uitgesproken, soms gesluierd, — ook waar het zegt dit juist niet te doen — over de ethische waardering van de homosexualiteit, en van de physieke gelijkslachtelijke gemeenschap. Herhaaldelijk blijkt de tendenz die goed te keuren en aanvaardbaar te achten, en dat dan zelfs niet alleen maar als ultimum refugium, en uiterste noodoplossing. Er wordt verdedigd, dat de lichamelijke, gelijkgeslachtelijke vereniging onder omstandigheden een legitieme expressie van liefde kan zijn. Terwijl de afkeer van de meeste homosexuelen (er zijn ook bisexuelen) van heterosexuele geslachtsgemeenschap een zekere rechtvaardiging van hun gedrag moet zijn wordt de afkeer en weerzin van heterosexuelen tegen de homosexuele paringspogingen (in manu-, oro- en ano-genitale vormen) als een misplaatst vooroordeel gegispt. Het is bij de auteurs niet opgekomen, dat in deze afkeer ook een groot positief, wijl behoudend element kan liggen, daar homosexualiteit, gezien de potentiële bisexualiteit — althans verleidbaarheid — van wellicht vele mensen, een zeer inf ectieuze perversiteit is, bij welker verbreiding de verleiding een niet te onderschatten rol speelt. Het exegetische en pastorale pleidooi voor de toelaatbaarheid en aanraadbaarheid van een pseudo-huwelijk tussen homosexuelen is m.i. overtuigend noch aanvaardbaar. En de sociologische beschouwingen zijn bepaaldelijk eenzijdig en gaan voorbij aan de grondstructuur van een Christelijke samenleving. De in dit werkje met meer of minder prudentie naar voren gescho-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1962
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 350 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1962
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 350 Pagina's