1962 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 239
AFSTANDEN, TUSSENPOZEN EN VOORVALLEN
187
samenhangende begrippen te vatten. Een verklaring bedoelt deze omschrijving van de stand van zaken uiteraard niet te zijn. Zij beantwoordt onze verwondering slechts door een verwijzing naar het wonder van het „geschapen zijn", dat wij niet in logische zin begrijpen, maar in religieuze zin geloven 4). 3. Wanneer wij de gedachteconstructie van de geometrie kortweg als de „geometrische ruimte" aanduiden en het ruimtelijk aspect van de physische verschijnselen als de „physische ruimte", dan blijft, aangezien de eerste bedacht en de tweede gegeven is, de vraag gewettigd of de correlatie tussen beide ruimten inderdaad volledig is. Deze vraag verkreeg met name betekenis toen de theoretische ontdekkingen van Riemann en Lobachevski tot het inzicht leidden, dat de euclidische ruimte uit logisch oogpunt niet de enig mogelijke theoretische ruimte is. De resultaten van de klassieke physica, die de euclidische geometrie als grondslag had, gaven echter toen nog geen aanleiding tot de vraag of de physische ruimte wellicht niet-euclidisch zou kunnen zijn 5). De relativiteitstheorie, die haar oorsprong vond in een discrepantie tussen theorie en waarneming betreffende de voortplanting van het licht, bracht echter wel een hiermede samenhangende vraag in het geding, nl. of het wel geoorloofd is bij de beschrijving der physische wetmatigheden aan te nemen, dat de metingen betreffende afstanden tussen punten geheel onafhankelijk mogen worden geacht van de metingen betreffende tussenpozen tussen tijdstippen. Dit is in feite wat de klassieke physica deed door, voor wat betreft de metriek van de ruimtelijke betrekkingen, van de euclidische meetkunde gebruik te maken. Deze heeft immers een volstrekt statisch karakter, zij „kent geen tijd", afstanden resulteren onmiddellijk uit „plaatsen" en worden geacht lengte te „hebben", die door denkbeeldige „afpassing" van een eenheidsafstand in een getal kan worden uitgedrukt. In het physisch gebeuren treden afstanden en tussenpozen echter altijd gezamenlijk op; de ruimte-orde en de tijd-orde zijn in de physische voorvallen onafscheidelijk verbonden. De natuurkunde poogt in dit„tijd-ruimte-lijk" gebeuren de constante, dus niet met de tijd veranderende en voor elke plaats geldende relaties op te sporen tussen de physische grootheden, waarvan afstanden en tussenpozen de allereerste en meest algemene zijn waarmede zij te doen krijgt. Zij kan omtrent deze relaties alleen kennis verkrijgen door waarneming
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1962
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 350 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1962
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 350 Pagina's