1962 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 246
194
G. J. SIZOO
7. In het vraagstuk van de waarneming van gelijktijdigheid van twee voorvallen kunnen wij twee gevallen onderscheiden ''): a) de gelijktijdigheid van voorvallen, die op verschillende plaatsen geschieden en worden waargenomen door twee waarnemers die ten opzichte van elkaar in rust zijn (relatieve snelheid v = o); b) de gelijktijdigheid van voorvallen, die op verschillende plaatsen geschieden en worden waargenomen door twee waarnemers die ten opzichte van elkaar in beweging zijn (relatieve snelheid v 7^ o). In het eerste geval kan men aan de beide waarnemers nog een gemeenschappelijke beweging (t.o.v. de vaste sterren) toekennen, en deze kan gelijkmatig of versneld zijn. In het tweede geval kan de relatieve beweging eveneens gelijkmatig of versneld zijn. Wij zullen echter versnelde bewegingen geheel buiten beschouwing laten, en dus in het vervolg met beweging steeds gelijkmatige beweging bedoelen. Dit houdt in, dat waar in het vervolg over relativiteitstheorie gesproken wordt, daarmede steeds de speciale relativiteitstheorie wordt bedoeld. Het buiten beschouwing laten van versnelde bewegingen kan worden gemotiveerd door de overweging dat deze steeds samenhangen met krachten, dus met physische werkingen. Onze opzet is echter uitsluitend de chrono-geometrische betrekkingen tussen voorvallen te beschouwen, en aan het begrip voorval hebben wij in de vorige paragraaf elk ander aspect dan het chrono-geometrische ontnomen, Wanneer wij daarbij dan toch onderstellen, dat deze betrekkingen in het reëele physische gebeuren zullen worden teruggevonden, dan houdt dit dus in, dat wij het chrono-geometrisch aspect van het physisch gebeuren onafhankelijk onderstellen van de aard van dit gebeuren, dus bijv. onafhankelijk van de wijze waarop de materie over de ruimte is verdeeld. Men kan uiteraard ook deze onderstelling in twijfel trekken en bijv. vragen of de aanwezigheid van massa's niet de chrono-geometrische betrekkingen beïnvloedt, zodat men eigenlijk van een „massa-chrono-geometrie" zou moeten spreken. Dit is dan inderdaad hetgeen in de algemene relativiteitstheorie geschiedt, maar deze willen wij, zoals gezegd, niet in onze beschouwingen betrekken, omdat zij ten aanzien van de vraag die tot deze beschouwingen leidde, geen nieuwe gezichtspunten opent. 8.
De klassieke chrono-geometrie neemt nu aan, dat zowel in het
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1962
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 350 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1962
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 350 Pagina's