1962 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 54
38
A. A. VAN RULER
Maar we moeten ons er goed van bewust zijn, dat hier zo goed als niets (behoudens het ongehoorde feit, dat we er zijn en dat de wereld er is) vanzelfsprekend is. We doen een keuze. We geloven. De achtergrond van alles is theologisch van aard. Deze achtergrond werkt op de voorgrond op een beslissende wijze door. Men kan zich nauwelijks indenken, welke gevolgen het zowel voor de wetenschap als voor de politiek (beide als bezigheid van de mens met de wereld) zou hebben, wanneer werkelijk een van die andere beelden de geesten algemeen zou gaan beheersen. Is de christelijk-theistische overtuiging niet een absolute voorwaarde voor een zinvolle en enigszins dragelijke wetenschappelijke en politieke bezigheid met de wereld? 4. De christelijke geloofskeuze is intussen niet puur een willekeurige bewering, een sprong. Er is bijbels-christelijk verwachting voor de toekomst (van de wereld) op grond van de zelfopenbaring van God. Wij dreigen met deze gedachtengang de moeilijkheid natuurlijk alleen maar een eindje achteruit te leggen. Want is nu niet weer die zelfopenbaring van God een willekeurige bewering, een sprong? Er volgt dan wel een verwachting voor de toekomst uit. Deze heeft dan dus een grond. Maar is de grond zelf niet een sprong? Naar mijn inzicht kan men op dit punt met redelijke argumenten nooit verder komen. De profeten en apostelen, de psalmisten en evangelisten beweren dat God zich op een bijzondere wijze heeft geopenbaard, aan Israël en in Christus. In deze openbaring heeft Hij zich te kennen gegeven. Hij heeft zichzelf gegeven. De profeten en de apostelen enz. zijn er, om dit te verkondigen in de wereld, opdat wij ook — mét hen — gemeenschap zouden hebben met dit leven van God, dat Hij in zijn openbaring heeft meegedeeld. Aan deze verkondiging kan een mens alleen maar gehoorzaam of ongehoorzaam zijn. Hij kan niet, althans niet tot het einde toe, beredeneren en bewijzen, dat hier inderdaad openbaring is en dat de openbaring echt openbaring is. Hij kan helemaal niet beredeneren, waarom deze openbaring nu uitgerekend aan het ene volk Israël en in de ene persoon Jezus Christus is geschonken. Maar als het waar is, dat God zich inderdaad heeft geopenbaard aan Israël en in Christus en dat Hij zich daarin zó geopenbaard heeft, als ervan beweerd wordt, dan is van daaruit die geloofskeuze voor de correlatie van historie en eschaton volmaakt vanzelfsprekend geworden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1962
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 350 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1962
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 350 Pagina's