Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1962 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 82

2 minuten leestijd

62

J. P. VAN ROOIJEN

van het gemeenschappelijke hoofdmotief, waarbij als uitersten dienst doen: enerzijds de opvatting, volgens welke de uiteindelijke ontknoping abrupt resulteert uit een alomvattend en ontzaglijk natuurgebeuren en anderzijds de overweging, dat het einde de markante slotfase van een mogelijk irregulier, doch overigens gestadig voortschrijdend proces van aftakeling zal zijn. In de gedachtengang van de physicus omtrent de voortgaande ontwikkeling van het universum had de tweede hoofdwet van de thermodynamica uiteraard een beslissende betekenis. Volgens deze wet is de totale hoeveelheid energie van een aan zichzelf overgelaten physisch stelsel aan een voortdurende degradatie dan wel dissipatie onderhevig, welk beginsel men in populaire trant aldus zou kunnen weergeven, dat de natuur naar een gedurige waardevermindering van de beschikbare energie streeft. Met hoge benadering nu kan men ons zonnestelsel en ook ons melkwegstelsel — en zonder enige restrictie het ganse universum — als afgesloten beschouwen, zodat te dien opzichte een gestadige afbrokkeling van de „nuttige" energie plaats vindt. In de physische terminologie spreekt men bij voorkeur niet over de waardevermindering van de energie, doch over de rusteloze toeneming van de entropie en bij dit spraakgebruik zullen wij ons aansluiten. Indien de tweede hoofdwet van de warmteleer uitsluitend een ononderbroken verhoging van de entropie tot uitdrukking bracht, zou de wereld na afloop van het onderhavige proces onherroepelijk de warmtedood moeten sterven, zij het ook, dat met de aftakeling van het huidige bestel miljarden jaren gepaard kunnen gaan en zulks te gereder, aangezien men in dit verband aan een asymptotische gang naar het einde dient te denken. Intussen heeft het diepgaand onderzoek van Boltzmann en Gibbs uitgewezen, dat de tweede hoofdwet van de thermodynamica een kansrekenkundige interpretatie vordert en wel in deze zin, dat een incidentele afneming van de aan afgesloten systemen inhaerente entropie niet onmogelijk, maar uitermate onwaarschijnlijk is. Aldus is terstond begrijpelijk, dat het beginsel omtrent de gestadige entropievermeerdering op zeer uiteenlopende observaties een onwrikbaar fundament heeft verkregen, terwijl nochtans de minimale tegenkans binnen de eonenduur van het heelal gerealiseerd zou kunnen worden. Hieruit vloeit voort, dat de toepassing van het entropiebeginsel, waarbij het einde van het universum met een warmtedood wordt vereenzelvigd, uit physisch oogpunt ontoelaatbaar moet worden ge-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1962

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 350 Pagina's

1962 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 82

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1962

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 350 Pagina's