1962 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 24
12
G. E. MEULEMAN
cipiƫle afwijzing van de door Prof. Koole gepropageerde uitleg. Men lette er echter wel op, dat een dergelijke opvatting, waarbij de historische exactheid, nu niet alleen van Gen. 1, maar ook van Gen. 2-11, van een flink aantal vraagtekens wordt voorzien, uiteraard ook consequenties kan hebben voor ons verstaan van de rest van de H.Schrift. Als een literatuurgenre als Koole in het begin van Gen. 1 meent aan te treffen daar inderdaad aanwezig is, dan moet men met de mogelijkheid rekening houden, dat ook andere gedeelten, met name van het Oude Testament, niet dat historisch-exacte karakter hebben, dat men er tot nu toe veelal aan toekende. Het is duidelijk, dat de opvatting van Koole in verband met ons vraagstuk van groot belang is, met name ook in verband met de vragen betreffende de verhouding tussen hetgeen de Bijbel en hetgeen de natuurwetenschap leert over de ouderdom van het menselijk geslacht. Heeft ze ook betekenis in verband met de kwestie van polygenese of monogenese? Koole werkt zijn opvatting niet tot in bijzonderheden uit. Het is uit zijn artikel niet op te maken, welke plaats hij precies aan Adam en Eva wil geven in de prediking, die tot ons komt in Gen. 1-3. Ik wil op dit punt nog wat nader ingaan. Het komt mij voor, dat de kwestie of de data, die de natuurwetenschap gewoonlijk noemt in verband met de ouderdom der mensheid, te verenigen zijn met hetgeen ons wordt geleerd in Gen. 1-3 toch wel nauw samenhangt met de andere vraag, die we zo juist aangaven. Ik bedoel dit zo: als men meent, dat Gen. 1-3 de gelovige niet behoeven te beletten aan te nemen, dat de mensheid reeds 500.000 jaar op aarde bestaat, kan men dan nog op grond van deze hoofdstukken beweren, dat aan het verhaal van Adam en Eva als de enige stamouders der mensheid historische waarden toekomt? Heeft de Adam die Lever aan het begin van het pleistoceen wil laten leven, nog iets te maken met de Adam van de kinderbijbel? Mijn moeilijkheden zijn van theologische aard. Ze hangen samen met de aard van de inspiratie. Ik vraag me af, hoe de auteur van Genesis zo goed op de hoogte zou kunnen zijn van hetgeen 500.000 jaar geleden gebeurde. Natuurlijk valt die moeilijkheid weg bij de zg. mechanische opvatting der inspiratie. Als we die verwerpen, moeten we dan tegen de opvatting van Lever niet dezelfde bezwaren inbrengen als Lever heeft tegen de zg. concordistische interpretatie van Gen. 1? Wellicht is de opvatting van Lever ook veelmeer bepaald door de paulinische en de kerkelijke leer van de erfzonde dan door
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1962
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 350 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1962
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 350 Pagina's