1962 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 168
126
A. L. JANSE DE JONGE
dezelfde als die welke wij daar tegenwoordig aan geven. Imbecillitas betekent in de oudere medische literatuur eenvoudig zwakte. Imbecilliteit zelf wordt in de taal van Platter genoemd tarditas ingenü, een achterblijven in de ontwikkeling der intelligentie. Interessant is wat wordt samengevat onder de naam „consternatio mentis". Hieronder vat Platter alles samen wat te maken heeft met bewustzijnsverlies, bewusteloosheid en datgene wat wij tegenwoordig aanduiden met de naam „katatonie". Onder het hoofdstuk consternatio beschrijft Platter uitdrukkelijk de ernstige katatonische toestanden bij apoplexie en schedeltraumata. Ook kent hij de tumor cerebri, terwijl andere beelden die hij beschrijft ons tegenwoordig doen denken aan schrizophrene syndromen. Naast deze natuurlijke ziektetoestanden kent hij de bovennatuurlijke heksenslaap, die ontstaat doordat de duivel in een vrouw gevaren is, een toestand die ons doet denken aan hysterische schemer. Het derde hoofdstuk, de alienatio mentis, is bijzonder omvangrijk. Hieronder vallen de waanzin, de dronkenschap, opwindingstoestanden, verder de melancholie, de hypochondrie etc. Interessant is te zien dat Platter bij de hondsholheid er op wijst, dat de beet van een dolle hond het wezen van de mens doet veranderen in die zin, dat in deze mens een proces van verdierlijking plaats grijpt. Ook hier moge er weer op gewezen worden dat de grenzen van het menselijk bestaan naar verschillende kanten meer open gedacht werden dan in onze tijd het geval is. Niet alleen speelt in dat bestaan de beïnvloeding door geesten een belangrijke rol, maar ook de relatie met het dier wordt als een zeer wezenlijke gezien. De imaginatie is hierbij niet alleen maar een verbeelding, maar ook een zeer diep ingrijpende en wezenlijke nieuwe beeldvorming in de zin van een intrinsieke verandering van de mens. Zoals bekend was ook de relatie tussen boze geesten en dieren een belangrijke zaak. Van de oude tijden af vindt men deze relatie uitgedrukt in de gedachte, dat de duivel via het dier de mens benadert en beïnvloedt. Tenslotte de vierde groep, de „defatigatio mentis". Hier behandelt Platter allerlei verschijnselen die wij tegenwoordig zouden samenvatten onder de neuroseleer. Hij spreekt over uitputtingstoestanden, slapeloosheid etc. Opvallend is dat Platter vrij voorzichtig is in het leggen van verbanden. Zijn psychiatrie is nadrukkelijk symptomatologisch van aard. Af en toe is hij ook in staat geweest de pathologisch anatomische aspecten van een ziektegeval te demonstreren. Zijin eerste openbare pathologisch anatomische demonstratie in Bazel legde
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1962
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 350 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1962
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 350 Pagina's