1962 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 314
254
H. R. WOLTJER
eens verhaald had, dat in zijn land (dat van de gezant) het water zo hard kon worden, in de winter, dat mensen er op konden staan, lopen, glijden e.d. De vorst wilde dat niet geloven. De bedoelde schrijver merkt op, dat als die vorst maar een goed scholasticus geweest was, hij gemakkelijk had kunnen bewijzen, dat het verhaal van de gezant nonsens was: het behoorde immers tot het „wezen" van water vloeibaar te zijn. Maar hoe moeilijk dat begrip „wezen" ook zijn mag, toch lijkt me, dat wanneer er gesproken wordt van „transformatie" van massa tot energie, allicht gedacht wordt aan behoud van „wezen", maar verandering, overgang, van vorm. Daarom wil Groen (blz. 214) de „fysische dimensies van massa en van energie", die verschillend zijn, toch tot elkander herleiden. Daartoe moet „snelheid" dimensieloos gemaakt worden, hetgeen dan medebrengt dat tijd en lengte van gelijke dimensie worden. Ik meen hierover wel eerder iets gelezen te hebben, maar ik kan het niet terugvinden. Eerlijk gezegd, ik moet erkennen dat het me bij deze acrobatentoer duizelt, temeer omdat uitgangspunt de door mij sterk betwijfelde „transformatie" van massa in energie is en ik mij afvraag of nu ook tijd en lengte in elkander getransformeerd kunnen worden. Zou dat heus de consequentie zijn? Gelukkig behoef ik die consequentie niet te aanvaarden, omdat ik het uitgangspunt niet aanvaard. Ik haast mij hieraan toe te voegen, dat Groen wel spreekt van „de innerlijke verwantschap", die er blijkbaar tussen de begrippen afstand en tijd bestaat, maar er onmiddellijk aan toevoegt „al blijven zij natuurlijk twee wezensverschillende aspekten van de intrakosmische relaties." Laat mij eindigen met de opmerking, dat ik de merkwaardige substitutie u = i.c.t, waardoor aan de drie ruimtelijke coördinaten een vierde wordt toegevoegd, die volkomen op dezelfde wijze als de andere in de relativiteitstheorie optreedt, inderdaad, evenals Sizoo (dit tijdschrift blz. 202) bijzonder wiskundig elegant vind, maar toch ook het gevoel krijg, dat het iets meer is dan dat. Zou men mij echter vragen, waarin dat „meer" dan bestaat, dan moet ik zwijgen. Ik zou alleen maar kunnen zeggen „het is toch wel erg casueel" en zo spreekt men niet in een wetenschappelijk tijdschrift. Mij dunkt, de heer Blom, die door zijn artikel „Enkele gedachten over dimensies" (dit tijdschrift blz. 107) de stoot gegeven heeft tot 3 artikelen (Sizoo, Groen en dit) moet daarvan toch wel enige voldoening hebben, ook al zal hij zeker lang niet voldaan zijn.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1962
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 350 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1962
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 350 Pagina's