1962 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 242
190
G. J. SIZOO
wij een ander lijnstuk als eenheid kiezen, dit „tussen de passer" nemen en op het te meten lijnstuk afpassen. In de theoretische geometrie doen wij dit in onze verbeelding, maar het begrip van het af-„passen" sluit reeds bij onze allereerste loopoefeningen aan en is, nader gepreciseerd, gecorreleerd met de in de werkelijkheid realiseerbare en reproduceerbare methoden voor het meten van afstanden met behulp van concrete maatstaven. Als men deze methode per analogie op de meting van tussenpozen wil overdragen, stuit men onmiddellijk op de onmogelijkheid een tussenpoos vast te houden. Als de volgende tussenpoos begint, is de vorige er immers niet meer. Toch voeren we dagelijks tijdmeting uit, wij lezen tijdstippen en tussenpozen af op een klok. Bij nadere overweging blijkt dat wij daarbij twee onderstellingen maken. De eerste is, dat wij in staat zijn de gelijktijdigheid van twee voorvallen vast te stellen, nl. de gelijktijdigheid van een voorval buiten de klok (bijv. datgene, dat het begin of het einde van de te meten tussenpoos bepaalt) met een voorval op de klok (bijv. het samenvallen van de punt van de secundewijzer met een secunde-streep). De tweede is, dat de klok ons een reeks van voorvallen oplevert waarvan de tussenpozen gelijk zijn (bijv. het achtereenvolgens samenvallen van de punt van de secundewijzer met de opeenvolgende secunde-strepen). Over de eerste onderstelling denken we gewoonlijk weinig na. De tweede kan een bron van voortdurende onzekerheid zijn: loopt de klok wel gelijkmatig? Als wij de eerste onderstelling ook nu voorlopig als gerechtvaardigd aanvaarden, leidt de gesignaleerde onzekerheid ten aanzien van de tweede ons tot de vraag: biedt de natuur ons ergens enige reeks van voorvallen aan, waarvan wij met zekerheid weten dat de opeenvolgende tussenpozen gelijk zijn? Het antwoord hierop moet ontkennend luiden, juist vanwege de genoemde onmogelijkheid tussenpozen als lijnstukken op elkaar af te passen. De physische tijdmeting kan zich uit deze impasse slechts redden door een definitie van gelijke tussenpozen. Deze definitie ligt besloten in het begrip van de gelijkmatige translatie, waaronder te verstaan is de beweging, die een stoffelijk punt ten opzichte van de vaste sterren zou beschrijven, indien het aan de invloed van alle andere materie zou zijn onttrokken. Gelijke tussenpozen zijn dan gedefinieerd als intervallen binnen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1962
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 350 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1962
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 350 Pagina's