Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1962 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 224

3 minuten leestijd

178

H. R. WOLTJER

zakelijk was voor goed begrijpen van de Bijbel. Ziet men er een concordantie op na, dan blijken de woorden „natuur" (physis) en „natuurlijk" (physikos) een maal of twintig in het N. T. voor te komen, maar — en daar gaat het om — in zeer verschillende betekenissen; soms zó, dat het in de vertaling niet te bekennen is: Gal. 2 : 15a luidt in de Nieuwe Vertaling „Wij, geboren Joden . . ." (in de Statenvertaling „Wij zijn van nature Joden . . .", grieks „physei"). Dikwijls betekent het ook zoiets als „aard", „karakter" (ik denk aan „de twee naturen van Christus"). Eisler's „Wörterbuch der philosophischen Begriff e" geeft wel zeven verschillende omschrijvingen. De Christelijke Encyclopaedic, 2e druk, 1960 geeft onder „Natuur" ook een dergelijk aantal betekenissen. En het zal dan ook niet moeilijk zijn aan „natuur" een zodanige betekenis toe te kennen, dat Boyle's bewering wel gehandhaafd kan worden, maar bevorderlijk voor elkander goed begrijpen is ze toch niet. Het citaat uit Wordsworth „To the solid ground of Nature trusts the Mind that builds for aye", dat jarenlang op de omslag van het bekende engelse natuurwetenschappelijke weekblad „Nature" geprijkt heeft, kan misschien wel als symbool gezien worden van wat Boyle heeft willen bestrijden. Dit citaat brengt me op de laatste opmerking, die ik zou willen maken. Hoe vaag, misschien zelfs wel duister, het woord van Wordsworth wezen moge, zo is het toch duidelijk, dat aan de natuur een zekere normatieve waarde toegekend wordt: zoals het in de natuur toegaat, gaat het goed. Daaraan kan men zich toevertrouwen, daarnaar kan men zich richten. Bestaat hier niet enige verwantschap met ons prijzen van een „natuurlijk" optreden, spreken, zich voordoen? Ligt in het tegengestelde „onnatuurlijk" niet een verwijt verborgen en bevat het afgesleten, veelvuldig gebruik van het woordje „natuurlijk" in de omgangstaal niet een lichte hulde aan het beloop der dingen in de natuur? En bevat het opschrift van de bespreking door Lindeboom (blz. 128 van de vorige aflevering) van het boek „De homosexuele naaste", „Contra naturam", (in nauwe aansluiting op Rom. 1) niet een ethisch oordeel? Daarmede kom ik weer in de buurt van de Bijbel. Steunt deze niet enigszins de uitdrukking „de natuur leert ons" en dat niet alleen, waar de luiaard op de mieren gewezen wordt om wijs te worden, maar zeer expliciet in 1 Cor. 11 : 14, waar Paulus met betrekking tot het verschil in haardracht van man en vrouw schrijft: „Leert de natuur zelf u niet . . . . ?"? — In de Commentaar op het N. T. (Bottenburg, Amsterdam 1932) tekent Grosheide hierbij aan: „Hè physis personifieert het allen mensen van nature in-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1962

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 350 Pagina's

1962 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 224

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1962

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 350 Pagina's