1962 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 23
BIJBEL EN NATUURWETENSCHAP OVER HET VERLEDEN
11
is Gods Woord. Aan heel de Bijbel komt daarom absoluut gezag toe. Men mag de inspiratie of de onfeilbaarheid niet beperken tot bepaalde delen van de Bijbel. Nu is het ook een vorm van willen heersen over de Schrift, als we de aard van de inspiratie en de inhoud van de onfeilbaarheid der Schrift van ons uit willen bepalen. Ook in dit opzicht hebben we te luisteren naar hetgeen de Schrift zelf ons leert. Uit het voorafgaande is gebleken, dat het gezag, dat de Schrift voor zichzelf opeist niets afdoet van het feit, dat de Bijbel een echt menselijk boek is. Dat laatste houdt dan o.a. in, dat we in de H.Schrift bepaalde verouderde voorstellingen kunnen aantreffen. Mogelijk kan de omstandigheid, dat de Bijbel ook te zien is als een door mensen geschreven boek, meebrengen, dat we in de Bijbel de invloed aantreffen van onjuiste historische opvattingen, dat we daarin stuiten op niet in wetenschappelijke zin exacte etymologische verklaringen (men denke bv. aan de wijze, waarop Johannes het woord Siloam verklaart). Wel staat m.i. vast, dat we alleen dan van verouderde voorstellingen of deficient inzicht mogen spreken, als duidelijk is, dat de schrijver ons die voorstellingen of dat inzicht als zodanig niet wil prediken als het Woord Gods. We bedoelen daarmee niet de inspiratie of de onfeilbaarheid te beperken tot bepaalde delen van de Schrift. In heel de Schrift komt de boodschap van Christus op absoluut betrouwbare wijze tot ons. Dat wil zeggen we kunnen er volkomen op aan, dat Christus is, zoals in de Schrift van Hem wordt getuigd. Vandaar het absolute gezag, dat de Schrift voor zichzelf opeist. Dat laatste neemt echter niet weg, dat de Bijbelschrijvers in hun verkondiging zich kunnen bedienen van een uitdrukkingswijze, die niet in ieder opzicht volmaakt is en voor de volmaaktheid waarvan zij dan ook geenszins pretenderen in te staan. Men zou uitgaan van een eigenmachtig onfeilbaarheidsbegrip, als men een grotere mate van volmaaktheid aan de uitdrukkingswijze van de Bijbelschrijvers zou willen toekennen, dan zijzelf daarvoor opeisen. We spraken hierboven ook over de theorie, dat de onderscheidenheid van literaire genres, die in de H.Schrift zouden voorkomen, veel groter zou zijn dan men vroeger dacht. Deze theorie is vooral van betekenis voor de uitleg van de boeken, die m,en historisch placht te noemen. Met de hier aangeduide opvatting hangt bv. ook samen de bekende beschouwing, die Prof. Koole enkele jaren geleden in Sola Fide gewijd heeft aan de uitleg van Gen. 1-11. Hetgeen we zeiden over de inspiratie van de Bijbel behoeft m.i. niet te leiden tot een prin-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1962
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 350 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1962
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 350 Pagina's