1962 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 29
BIJBEL EN NATUURWETENSCHAP OVER HET VERLEDEN
17
werk mèt de wereld te getuigen. Ook in ons natuurwetenschappelijk bezig zijn. Want ook daar blijft de vraag naar de waarheid geldig. Wanneer ik mijn onderwerp probeer af te grenzen dan staat voorop dat ik als Schriftgelovig christen spreken moet over ,de natuurwetenschap over het verleden". Dat betekent dat „het verleden" voor mij en mijn onderwerp een beperkt verleden is. Want de grens van het verleden waarover de natuurwetenschap wat te zeggen heeft wordt bepaald door de geloofsbelijdenis: „Ik geloof in God, de Schepper". Anders gezegd: de protologie van Genesis 1, „In den beginne schiep God de hemel en de aarde" valt principieel buiten het terrein dat voor natuurwetenschap toegankelijk is, valt buiten de fysische tijd en de tijdsorde van deze wereld. Daar staat dan tegenover dat de natuurwetenschap binnen het terrein van het geschapen verleden rechtens wel iets te zeggen heeft. En daarom zullen wij enerzijds onze onmogehjkheid belijden om tot God op te klimmen met onze wetenschap en het de Schrift naspreken: „God is in de hemel en gij zijt op de aarde", maar anderzijds ook willen vasthouden dat dezelfde God de mens naar Zijn beeld geschapen heeft, geschapen om Zijn medewerker te zijn in de ontplooiing van Zijn wereld naar het einde der tijden toe, over welke toekomst de natuurwetenschap al evenmin een woord spreken kan. Het gelóóf in dit eschaton, déze omega en in het bovengenoemde proton of alpha grenst zowel naar de toekomst als naar het verleden de natuurwetenschappelijke mogelijkheden principieel af. Ons natuurwetenschappelijk spreken kan dus slechts betrekking hebben op de geschapen werkelijkheid waarin wij leven en waarvan wij als mens ook deel uitmaken. Een geschapen kosmos die onderworpen is aan de wetten die daaraan door God zijn gesteld. En wanneer ik over wet spreek, spreek ik over constantie, over een vaste, constante wetsorde die voor de gehele schepping geldt en die het fundament vormt op basis waarvan ook natuurwetenschappelijk inzicht en kennis „überhaupt" mogelijk is, maar die anderzijds ook zometeen weer die mogelijkheden begrenst omdat de mens als schepsel in zijn wetenschap ook aan die wetsorde gebonden blijft en die niet kan transcenderen. Daarnaast is er echter een tweede, namelijk dat deze geschapen kosmos onderworpen is aan een kosmische evolutie, een door God gewilde ontplooiing in de tijd die zich voltrekt op basis van de con-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1962
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 350 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1962
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 350 Pagina's