Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1962 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 207

3 minuten leestijd

TER HERDENKING VAN PASCAL (f 19 AUG. 1662)

161

natuur om materies te scheppen naar uw behoefte? Ook hier wordt dus niet dogma tegenover dogma gesteld; tegenover de stellige bewering, dat er een materie in de ruimte van Torricelli moet zijn, stelt hij niet, dat er geen materie is in die ruimte, maar slechts, dat wij daar geen materie opmerken en dat zij er voor óns dus niet is. Met lege woorden die slechts dienen om onze onkunde te bedekken, heeft Pascal geen geduld. De tautologieën en cirkelredeneringen der scholastiek worden met spot afgewezen. Alles-omvattende systemen, als die van Aristoteles en Descartes, verwerpt hij, omdat zij niet meer zijn dan ,,romans physiques". Pascal heeft met behulp van de (kritische) rede de (theoretische) rede haar plaats ook in de natuurwetenschap aangewezen. De rede zou zich niet onderwerpen, als zij het niet juist oordeelde zich te onderwerpen: „De laatste stap der Rede is de erkenning, dat er oneindig veel dingen zijn, die haar teboven gaan". Dit houdt in, dat zij de natuur benadert met de deemoed, die past tegenover een goddelijke manifestatie, die wij te aanvaarden hebben, ook daar waar zij de verwachtingen van de rede logenstraft of te boven gaat. Hoezeer hij overigens een rationele en zoveel mogelijk unificerende methode in de natuurwetenschap voorstaat, blijkt wel als we zijn verhandelingen uit 1654 over „het gewicht der atmosfeer" en over „het evenwicht der vloeistoffen" vergelijken. Zoveel mogelijk past hij hier de analogie tussen vloeistoffen en gassen toe, zodat hele zinnen uit het ene boek in het andere terugkomen. Met zuiver gevoel weet hij evenwel de analogie los te laten op het ogenblik, dat zij niet langer opgaat. Diep overtuigd als hij was, dat de eindige geest van de mens het werk van de Oneindige nooit geheel kan bevatten, heeft hij geweigerd van de natuurwetenschap een schijnbaar alles-verklarend systeem of een pseudoreligie te maken Tegenover hen, die menen alles te kunnen doorgronden met het verstand, wijst hij er op, dat wij niet eens begrijpen wat onze ziel of zelfs wat de materie is: „Wat hebben zij ervan geweten, die grote dogmatici, die niets niet-weten?" Hiermee hangt ook samen zijn volstrekte afwijzing van een natuurlijke, op de wetenschap gebouwde, theologie. Zeker, hij erkent, dat in de natuur voor ieder het Numineuze spreekt; de oneindigheid van de ruimte verschrikt hem, de gehele natuur verbijstert hem, — maar hij ontkent, dat men daardoor tot de ware God kan komen: „Ik zie te veel om te ontkennen (dat God bestaat) en te weinig om zeker te

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1962

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 350 Pagina's

1962 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 207

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1962

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 350 Pagina's