1963 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 260
210
J. A. M. WETERMAN
door te trekken, dat elk mirakel eigenlijk wordt uitgesloten (als onmogelijk of althans als onherkenbaar). Bepaalde vormen van christelijke apologetica hebben deze trend eerder in de hand gewerkt dan tegen gehouden: wie het wonder alleen voor het christendom reserveert en het wetenschappelijk apparaat gebruikt om alle getuigenissen omtrent wonderen elders kwijt te raken, wekt scepsis überhaupt omtrent het wonder (zoals wie alle authentieke openbaring principieel begrenst tot de israelisch-christelijke alleen, m.i. twijfel wekt aan elke openbaring). Zo ook: wie overal elders zeer critisch-wantrouwend staat tegenover het mirakel behalve in de bijbelse verhalen, plaatst deze in een onwerkelijk en onhoudbaar isolement. Het meest ingrijpend is een derde moment, dat de beide eerste in zich op neemt, hen verbreedt (en extrapoleert) tot een antropologische stellingname. In dit fundamentele wereldontwerp staat de blik gericht op datgene wat de werkelijldieid rationeel doorzichtig, technisch grijpbaar en psychologisch motiveerbaar maakt. De „wereld" openbaart er zich in, als een aan ons aangepast universum, zoals een park dat bv. doet in tegenstelling met het oerwoud. Dit wereldontwerp is in onze Westerse wereld begonnen met de Grieken; het is mede verwerkt in de laat-antieke en middeleeuwse synthese van het westers christendom; ten volle uitgewerkt verschijnt het echter pas in de Neuzeit, wanneer een nieuw type wetenschap en de technische beheersing der natuur — beide op elkaar toegesneden — elkaar vinden en onze geindustrialseerde welvaartswereld in het leven roepen. De rationaliserende mens — met name na de Verlichting; de mentaliteit van de „bourgeois" en later van de marxistische ideologie ^) — verdroeg en verdraagt het mirakel niet. Het stoort hem in de zekerheid van zijn vertrouwde wereld, die overzichtelijk moet blijven en binnen zijn bereik. Dan 'gebeurt' het wonder ook niet, zoals een muur dan gereduceerd wordt tot datgene, wat iedereen er in kan zien, omdat de rest 'projectie' heet. Dat is, dacht ik, een van de bedoelingen van prof. J. H. van den Berg in het omstreden hoofdstuk over het wonder in zijn „Metabletica". Hij stelt: onze wereld is veelal teruggebracht tot het verifieerbare, het controleerbare, het — in principe — voor ieder waarneembare. Gide schreef eens hoe een dal „vol1) Een van de beste kenners, dr. J. Hollak, ziet het exclusief vatten van de mens als wereld-omvormende productiviteit als het eigenlijke kernmoment in het marxisme (zie zijn artikelen in Tijdschrift v. Philosofie 1959, p. 518 vv. en 1963, p. 279 vv.). Wat in principe niet bewerkbaar (in ruime zin overigens te nemen) is, bestaat niet.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1963
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 322 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1963
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 322 Pagina's