1963 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 265
GELOOFWAARDIGHEID VAN HET WONDER
215
recht in onze directe omgeving? Maar w a t willen wij? H e t ligt voor de hand; een leefmilieu, dat dergelijke zaken voor onmogelijk houdt, zal ze ook moeilijker ontmoeten. Niet alleen, omdat m e n ze niet wenst te zien, maar ook omdat ze niet meer gebeuren. W a n n e e r eenmaal een wereld is ingericht, die onder dit opzicht hygiënisch-steriel is ontworpen, openbaart zij zich ook zo. W a t daar buiten valt, w o r d t dan inderdaad niet meer mogelijk i) (vgl. Mc. 6,54). Leerzaam zijn onder dit opzicht d e ervaringen, die Alexis Carrel tijdens zijn leven (hij stierf in 1944) met het mirakel opdeed en d e rijping in zijn duiding van de feiten. Blijkens zijn Journal was hij reeds sinds 18B6 sterk geïntrigeerd door het wonder en met n a m e door de gebeurtenissen in Lourdes. Tegelijkertijd was hij vast overtuigd, dat slechts d e methoden der exacte natuurwetenschappen werkelijke zekerheidsbasis konden verschaffen en dat verschijnselen als te Lourdes in de sfeer lagen van suggestie en autosuggestie. Maar ook van suggestie kan een werkzame en heilzame kracht uitgaan. Vanuit die mentaliteit r a a d d e hij in 1902 — zelf dus volstrekt ongelovig, maar van een tolerant scepticisme — een jonge zieke, die aan een koud heupabsces leed van tuberculeuse aard, aan naar Lourdes t e gaan. Zij kwam genezen terug. Carrel zelf was toen een dertigjarig, veelbelovend arts, die zich voorbereidde op de titel van „chirurgien des Hópitaux". Hij h a d d e moed het bericht te melden en bij zijn professoren om een stellingname te vragen. „Zij is volledig genezen. Geen spoor meer van enige ettering. . . Ik verklaar niet . . . ; ik discussieer niet. Ik stel geen hypothese op, ik geef geen duiding. Ik meld u slechts, wat gebeurd is. E n het mechanisme.. . ?" Op dat ogenblik onderbrak h e m zijn hoogleraar: ,,Onnodig te insisteren, mijnheer. M e t dergelijke ideeën zult u, vrees ik, in ons midden niets kunnen verrichten. D e faculteit van Lyon zal u nooit haar poorten openen". D e reactie van Carrel was: „Wanneer het zo ligt, ga ik mijn w e g " 2). 1) Vergelijk de opmerking van Alexis Carrel, toen hij na een langdurig verblijf in de Verenigde Staten in 1939 naar Frankrijk terugkeerde: „Te Lourdes zijn de wonderen veel minder talrijk dan 40 of 50 jaar geleden. Want de zieken vinden er niet meer de atmosfeer van diepe ingetogenheid die er destijds heerste. De bedevaartsgangers zijn toeristen geworden, en hun gebeden hebben geen kracht meer" (La prière, p. 27). Het citaat werd ontleend aan Monden o.c. p. 209. -) Weergave van liet gebeuren naar G. Siegmund (in: Magie und Wunder in der Heilkunde, herausg. W. Bitter 1959, p. 108 v) en Monden (o.c. p. 176). Over latere opvattingen in wetenschappelijke kringen, die veel meer ruimte toelaten, zie Monden o.c.p. 8 v.v.; — Het incident had tot gevolg, dat Carrel naar de Verenigde Staten trok. Daar behaalde hij in 1912 voor zijn werk aan het Rockefellerinstituut in zake explantaties en het helen van bloedvaten de Nobelprijs.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1963
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 322 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1963
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 322 Pagina's