1963 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 278
228
J A M
WETERMAN
zaken aanwezig", zie weer de inleiding), of het gezien in zijn gehele context een geloof steken is, dat een verwijzend karakter bezit, of het zozeer christelijk van inhoud en strekking is, dat het de gesta Dei in Christo belichaamt. Is het dat dan ook feiteliik, zult U vragen? Ik antwoord (wat luchtig, want ik wil er juist niet te zwaar aan tillen): de visie maakt ook „feiten" (ik bedoel echt geen bedrog; maar „feit" en „duiding" zijn niet adeq u a a t te onderscheiden) en: de beweging naar het beeld als beeld is beweging naar de daarin verbeelde werkelijkheid. Wanneer wij het komen Gods verzinnebeelden, verschijnt Hij daarin. Er is zelfs geen andere wijze van openbaren Gods. Dit alles, zo maar geponeerd, is beslist onvoldoende. Maar het alternatief zou zijn, héél veel meer te zeggen. E n of me dat lukken zou?
"Kondhlih SCEPTICISME TEN OPZICHTE VAN DE STOFFELIJKE EN VAN DE GEESTELIJKE WERELD In de juli-aflevermg van dit jaar van het Nederlands Tijdschrift voor Natuurkunde (blz. 225) schreef prof S R. de Groot, hoogleraar in de theoretische natuurkunde aan de Rijksuniversiteit te Leiden, een warm en reverent stukje m verband met het feit, dat op 7 augustus 1963 Johannes Diderik van der Waals J r , oud hoogleraar m de theoretische natuurkunde aan de Gronmgse en aan de Amsterdamse Universiteit, negentig jaar werd; een jaardag, die deze gezond en vitaal beleven mocht. Uit dat stukje, dat slechts bij enkele onzer lezers bekend zal zijn, zou ik gaarne het volgende gedeelte hier willen overnemen met als enige commentaar de opmerking, dat aan het einde van de vorige en het eerste begin van deze eeuw er een scherpe strijd gaande was over de vraag in hoeverre van het „werkelijke" bestaan van de moleculen gesproken mocht worden Voor van der Waals Sr. was de ontwikkeling van de kinetische gastheorie een levenswerk Ik herinner me nog heel goed hoe hij, toen omstreeks 1909 Zeeman hem, met behulp van een microscoop, de z g Brownbeweging m een suspensie van mastixdeeltjes — welke krioelende beweging immers niet anders is dan een vergroofde weergave van de beweging der omringende vloeistofmoleculen —• liet zien, met kleerblijkelijke bewondering en vreugde enkele malen „magnifiek" uitriep. ,,In zijn Gronmgse oratie (1903) over de plaats van hypothesen in de natuurknde bespreekt hij (v d W J r ) vooral Ostwalds en Boltzmanns opvattingen, die hij beide acht te behoren tot het filosofisch sensualisme. Hoewel hij wel begrip kan opbrengen voor zo'n utilitair en agnostisch
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1963
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 322 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1963
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 322 Pagina's