Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1963 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 257

2 minuten leestijd

GELOOFWAARDIGHEID VAN HET WONDER

207

noodzaak" der natuurwetten (meer modern: hun onbepaalbare grenzen aan mogelijkheden) en voor de stringentie der historische kritiek. Het hart van de discussie komt zodoende te liggen bij het tweede der drie genoemde typen: het wonder als mirakel. Niet het ervaren van de werkelijkheid als onuitsprekelijk mysterie wordt het sterkst aangevallen noch het wonder als lotsbeschikking (zeker niet, wanneer men daarin het subjectieve moment beklemtoont), maar juist de pretentie, dat er objectief en herkenbaar iets gebeurt (of gebeurd is in het verleden), dat de grenzen van de ons vertrouwde wereld zou doorbreken en werkelijk naar een doorbraak van het goddelijke zou verwijzen. Daarom zullen wij het vervolg ook daaromheen centreren. Ook in de R.K. kerk valt de invloed te beluisteren van de moderne, binnenwereldse wijze van bestaan. Toch blijft voor haar — evenals voor de oosters-orthodoxe kerk — kenmerkend, dat zij het mirakel handhaaft, niet alleen voor het verleden (voor de bijbelse wonderen) 1) maar ook voor het heden. Men beluistere het eerste Vaticaans concilie (1870). Na een besclirijving van de geloofsact en een beklemtonen van het genade-karakter van elke geloofsinstemming wordt daar gesteld: „. . Opdat niettemin de onderwerping van ons geloof in overeenstemming zou zijn met de rede, heeft God aan de inwendige bijstand van de H. Geest ook uitwendige bewijzen van zijn openbaring laten aansluiten, goddelijke feiten nl., en wel voornamelijk mirakelen en profetieën; daar deze Gods almacht en alwetenheid overduidelijk veraanschouwelijken, zijn het afdoend zekere tekenen van de goddelijke openbaring, die aan ieders begripsvermogen zijn aangepast.". En iets verderop verschijnt de Kerk in haar veelvuldige verschijningsvormen — in verleden en heden — als „het onder de volkeren opgeheven teken", het „onwrikbaar getuigenis van haar goddelijke zending". 2), Laten we dan ons uitgangspunt nemen in een modern binnenkerkelijk wonder, dat de krasse vormen van een mirakel vertoont en dat door de bevoegde kerkelijke instantie ook als zodanig erkend is. In de nazomer van 1953 kon men in de pers een bericht lezen over een merkwaardige gebeurtenis, die in Syracuse zou hebben plaats ^) In orthodox-reformatorische kringen aarzelt men vaak — ik dacht reeds sinds Luther en Calvijn — over de vraag of er ook van wonderen sprake kan zijn in de na-apostolische tijd en of zij niet veeleer thuishoren in een zekere aanvangsfase (kindheidsfase) der openbaringsgeschiedenis. 2) cf. Denzinger, Enchiridion symbolorum, n. 1790; 1794; cf. 1813.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1963

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 322 Pagina's

1963 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 257

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1963

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 322 Pagina's