1963 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 288
234
A. C. DROGENDIJK
arbeid schept de mens vreugde ^)*), in de arbeid stijgt de mens tot hoger aanzien, omdat zijn waarde en capaciteit daardoor worden erkend. Tussen haakjes moge even opgemerkt worden dat bij het beoordelen van de arbeid men die niet uitsluitend door eigen bril moet bezien. Zo verhaalt IJdo dat hij eens als chef van een werkplaats een arbeider dag in dag uit stalen veertjes zag maken. In ongeveer één minuut had hij met behulp van een klein apparaatje zon veertje klaar. Denkende dat deze arbeid de man op de duur wel stierlijk moest tegenstaan vroeg hij hem: ,,Je zult zeker wel graag weer eens wat anders doen?" Tot zijn grote verbazing werd dit geweigerd met het antwoord: „Alstublieft niet meneer, het gaat juist zo lekker." Ook het volgende verhaal van IJdo is in dit verband de moeite van het vermelden waard. Tijdens de schoonmaak toen zijn studeerkamer gewit werd, moest een professor dringend iets aan zijn bureau doen terwijl de stucadoor het plafond kalkte. Onwillekeurig keek hij af en toe naar de stucadoor en dacht bij zichzelf, hoe houdt die man het in vredesnaam uit de hele dag maar steeds met die grote, zware kwast boven zijn hoofd te zwaaien. Op hetzelfde moment verbrak de stucadoor de stilte en zei tegen de professor: „Hoe kunt U toch al die tijd zo stil aan dat bureau zitten piekeren?" Vervolgens wordt een mens door de arbeid lid van een bepaalde gemeenschap, van een groep mensen die allen voor een en het zelfde doel werkzaam zijn. Dit is van groot belang voor het gevoel van eigenwaarde — want als lid van een groep hoort men ergens thuis —, alsmede voor het aankweken van solidariteit. Verder geeft de arbeid ervaring, schenkt ze vertrouwdheid met een beroep, waaruit de beroepseer wordt geboren, welke op zijn beurt weer samenhangt met de maatschappelijke status ^. Voorts is arbeid, onverschillig of het met het hoofd of met de handen geschiedt, een uiting van beweging, van energie, van activiteit, volgens Hanzelmann het onbedrieglijke teken van alle leven. Nietsdoen, uitgezonderd vanzelfsprekend de noodzakelijke rustpauzen, wil tegelijk zeggen dat er iets hapert, dat er ergens een stoornis in de gezondheidstoestand van het individu of in die van de gemeenschap geweest is. Gezond leven kan zich niet anders uiten dan door beweeglijk, actief, arbeidzaam bezig te zijn. Dat arbeiden gezond is blijkt voorts ook hieruit dat men reeds in •)
De noten en de literatuurlijst zijn achter de tekst geplaatst,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1963
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 322 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1963
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 322 Pagina's