1963 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 274
224
J. A. M. WETERMAN
mirakelverhaal aanvaard worden 'door het geloof', zoals het zich op het eerste gezicht voordoet" beslist: „zeker niet". Z.i. moeten wij nl. onze critische en historische vermogens laten werken met betrekking tot het detail van ieder afzonderlijk wonderverhaal. Vrager zelf vindt veel aantrekkelijks in dit standpunt en ook in de vaker gemaakte onderscheiding tussen centrale wonderen (zoals de opstanding) en randwondercn, maar vreest aan de andere kant, dat een kritiek als de door Richardson genoemde, toch uiteindelijk geen enkel wonder over zou laten. Zijn er eigenlijk wel criteria voor de authenticiteit van een wonder aan te geven? Inleider acht met de vraagsteller het boek van Richardson hoog. Voor een exegetische studie verwaarloost hij wat al te zeer de litteraire en ,,traditionsgeschichtHche" aanpak van het materiaal en komt dan ook wat te snel klaar met de „Formgeschichte". Maar zijn mentaliteit vertoont dat evenwicht, waarin geloof, trouw aan de Schrift en aan de Vaders, nuchter verstand in een synthese met elkaar verbonden worden en dat vaak de gelukkige en synthetiserende approach van anglicaanse theologen is. Zijn uitgangspunt is uitstekend: vragen naar wat de bedoeling is, waarom de evangelist (en de daar achter liggende kerkelijke prediking) een dergelijk verhaal verteld heeft. In r.k, exegetische kringen zou men hier spreken van het zoeken naar het literaire genre van het betreffende verhaal om van daaruit tot verdere theologische en historische conclusies te komen. Terecht komt hij dan tot de slotsom, dat het brandpunt van de vertellers eerder theologisch dan historischbiografisch was (zonder dat dit voor hem impliceert, dat het historische irrelevant wordt) en dat de wonderen primair verhaald worden omwille van hun symbolische verwijskracht: als messiaanse tekenen, waarin het O.T. zijn vervulling vindt en het eschatologische zich aankondigt. Nieuwere onderzoekingen versterken deze beklemtoning van het symbolisch karakter van deze verhalen. In concreto denk ik, dat de uitkomst ingrijpender zal blijken te zijn dan Richardson het zich voorstelt. Om een idee te geven, hoe de methodiek van het zoeken naar het litteraire genre in r.k. exegetische kringen wordt gehanteerd, mag ik misschien verwijzen naar het boeiende essay van drs. L. Hermans, De Bijbel over Jesus geboorte en jeugd (Roermond 1960). Deze schrijver blijft in zijn conclusies heel voorzichtig maar men voelt toch ook iets van dynamiet, dat onder de bodem wordt gelegd van menige traditionele interpretatie. Ik acht
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1963
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 322 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1963
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 322 Pagina's