Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1963 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 215

2 minuten leestijd

ONTWIKKELING VAN HET LEVENDE ORGANISME

173

ken aan de synthese van nieuw enzym en niet aan de activering van een reeds bestaand enzym door b.v. wegneming van een remmer. Hetzelfde kan men met vrij grote zekerheid zeggen van de andere enzymen uit de ureumcyclus. Gedurende de ontogenie wordt dus een hele reeks van goed gedefinieerde enzymen, deelnemende aan een metabolische cyclus met een specifiek biochemisch-physiologische functie gevormd. Deze waarneming is van extra belang, aangezien de adaptatie verbonden is met de werking van een hormoon. Tijdens de hormoonstimulering treedt er geen toename van DNA in de levers der kikkervisjes op. Dit betekent dat de verhoogde enzymactiviteit waarschijnlijk niet te danken is aan het ontstaan van nieuwe levercellen. Experimenten als zojuist beschreven vestigen onze aandacht op het feit, dat de schijnbare inactiviteit van bepaalde genen kan worden opgeheven door laag-moleculaire verbindingen. Niet alleen hormonen, maar ook vitaminen en vele andere chemische verbindingen zijn hiertoe in staat. Dit is geen onverwachte waarneming, daar embryologische onderzoekingen reeds lange tijd geleden hebben laten zien, dat cel-differentiatie het resultaat is van een wisselwerking tussen de genen uit de kern enerzijds en het cytoplasma anderzijds. Reeds bij de rijping van de nog onbevruchte eicel openbaart zich een asymmetrie, waarbij de eerste polaire structuren in het cytoplasma worden gevormd, die later bij de embryologische ontwikkeHng een belangrijke rol zullen gaan spelen. Van het contact tussen een dergelijke cytoplasmatische structuur en een kern, die tijdens de klievingsstadia na de bevruchting eventueel in dit gebied van het cytoplasma terecht komt, hangt de verdere ontwikkeling van de cel in hoge mate af. Na de verschillende klievingsstadia en met name de z.g. gastrulatie, waarbij door instulping verschillende cellen van het embryo in eikaars nabijheid komen, die tevoren gescheiden waren, ziet men zulke cellen eikaars verdere ontwikkeling beïnvloeden. Locale factoren bepalen dus de richting waarin de cellen zich ontwikkelen. Deze factoren hangen uiteraard samen met de aanwezigheid van chemische verbindingen, die dus van buitenaf de cel binnen komen, maar in principe ook in de cel zelf, ja zelfs in de kern kunnen zijn gevormd. De veranderingen, die het gevolg zijn van de interactie van deze verbindingen met het genen-materiaal, kunnen gehandhaafd blijven ook nadat de cel zich heeft gedeeld. Blijkbaar continueert zich dan het bovengenoemde samenspel en stabiliseert zich het resultaat van

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1963

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 322 Pagina's

1963 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 215

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1963

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 322 Pagina's