1963 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 275
GELOOFWAARDIGHEID VAN HET WONDER
225
dit echter (naar ik meen in trouw tegenover de waarheid) onvermijdelijk. Of dan niet straks misschien alle wonderen wegvallen? — Het geschiedkundig karakter van de israelisch-christelijke openbaring zal nooit toelaten de bedoeling van de gewijde schrijvers zo te interpreteren, dat het houvast in de geschiedenis verdwijnt. Ten aanzien van concrete plaatsen der Schrift en hun uitleg bedenke men bovendien, dat het oordeel van een individueel exegeet of theoloog nog weer binnen de kerkelijke gemeenschap moet geïntegreerd worden. Tenslotte, de woorden van Pannenborg, in de inleiding geciteerd, zijn me uit het hart gegrepen: zowel om de ruimte, die zij laten als het om het vertrouwen, dat er uit spreekt. Prof. dr. J. P. van Rooyen: Met de inleider ben ik van mening, dat het uitgesloten moet worden geacht om over alle „mirakelen" uit de katholieke geloofspraktijk de staf te breken. Trouwens, ook de orthodox-Protestanten weten er van, zij het dan, dat zij hier nagenoeg of geheel tot het medisch terrein beperkt blijven. Juist dan echter rijst onwillekeurig de vraag, waaraan deze differentiatie moet worden toegeschreven. Is de spreker van mening, dat ten deze de openheid van de Gereformeerde belijders voor de moderne wetenschap en een daarmee gepaard gaande degressie van de mystiek de verklaring moet bieden? Inleider: De reformatie wilde en wil een critisch moment zijn in de geschiedenis van de catholica (van Ruler). De eigen aard van deze critische houding vertolkte m.i. een hele brok levenssfeer van de nieuwere tijd (ik denk aan de wending naar de wereld; aan het verzet tegen het supranaturalisme; aan de beklemtoning van de bewust-kiezende persoonlijkheid en het afwijzen van een impliciet geloof). Daardoor heeft de reformatie ook eerder en gemakkelijker het klimaat van deze nieuwere tijd in zich opgenomen dan de r.k. kerk — met vele voordelen van dien, maar ook met nadelen. Een van die nadelen lijkt me een zekere overspanning van de bewust-doordachte en bewust-beaamde sfeer. Vandaar een zeker wijken van het sacramentele, van de liturgische aanbidding en lofprijzing, een aversie ook van de mystiek (al kent ons land dan toch de innige geloofsomgang met God, die in de „nadere reformatie" naar het mystieke toegaat). Uit het betoog zal duidelijk zijn, dat daarmee geen al te gunstige sfeer geschapen werd voor het wonder.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1963
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 322 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1963
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 322 Pagina's