Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1963 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 268

3 minuten leestijd

218

J. A. M. WETERMAN

stelde het wonder tegenover de natuur: hoe meer de natuurkrachten „overschreden" worden, des te meer klaarblijkelijk is de verwijzing naar de almacht van Hem, die daar 'buiten'- en daar 'boven'-uit kan grijpen. Daarmee echter ontwierp men een beeld Gods, waarbij zijn actieve presentie op bepaalde momenten in één vlak komt te liggen met de schepseloorzakelijkheden, wat in feite een loochenen van zijn volstrekte transcendentie inhoudt. God zou dan a.h.w. bij het mirakel tussen de natuurlijke wetmatigheden inspringen bij wijze van inter-ventie. In werkelijkheid mogen wij echter zijn handelen nooit denken als optelbaar bij het horizontale netwerk der binnenwereldse interferenties. De levende God grijpt niet in op een objectief-constateerbare wijze, zodat iedere neutrale toeschouwer Hem aan het werk zou kunnen zien bij het mirakel. Hij blijft altijd de Aanwezige vanuit zijn dimensie, die voor ons bestaansniveau steeds afwezigheid lijkt. Hij treedt nooit naast onze invloeden als een aparte, afgezonderde handelingsbron op. De ruimte, die Hij scheppend omvat en actief in zijn handen houdt, bezet Hij niet zelf. Zo Hij het ooit deed, zou geheel het universum er door verteerd worden. Geschiedt er dan bij het mirakel niet werkelijk een doorbraak van de normale gang van zaken? Inderdaad, want van daaruit wordt juist die speciale verwondering gewekt, die aan het mirakelervaren eigen is. Maar het gaat er dan om, hoe men dit verder uitwerkt. Guardini stelt in een boeiend essay i), dat de omvattende hogere Macht zich present stelt op een wijze, die de lagere niet negeert of buiten werking stelt maar sauveert en in dienst neemt, zoals het omhooggroeien van een plant krachtens haar levensbeginsel niet eigenlijk tegen de zwaartekracht in gaat. Toch laat een dergelijke vergelijking m.i. de eigenlijke vraag liggen: mag men de wijze, waarop de Oneindige al het eindige omvat en in dienst neemt, omschrijven op een manier, die zo sterk aanleunt tegen de manier, waarop binnen de schepselen zelf een hoger zijnsniveau het lagere in zich opneemt en transformeert? 2) Het mirakel zo te omschrijven, dat de volstrekte eigenheid van de goddelijke dimensie gesauveerd blijft, vormt — meen ik — de angel, die de huidige katholieke en orthodoxe theologie nog maar nauwelijks durft aan te raken — laat staan uit te rukken. Omgekeerd blijft dan het moderne besef,, dat als het ware hiervan de keerzijde vertolkt, au fond onbevredigend. Ik doel op het boven reeds vermelde, ^) R. Guardini, Wonder en teken, Hilversum 1959 (ned. vert). ^) Guardini proeft zelf de objectie (vergelijk de voetnoot op p. 21 in het geciteerde essay van zijn hand.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1963

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 322 Pagina's

1963 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 268

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1963

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 322 Pagina's