Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1963 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 273

2 minuten leestijd

GELOOFWAARDIGHEID VAN HET WONDER

223

men ook niet a priori grenzen willen stellen aan een geloof, dat zich actualiseert in het gebed en dat „bergen verzetten" kan. Vanuit de unieke Godsverbondenheid, die in Jesus openbaar werd, waren en zijn ongehoorde mogelijkheden bloot komen liggen. Charcot sprak in de vorige eeuw over „het geloof, dat geneest". Hij had niet totaal ongelijk. Maar hij vatte dit als een psychische (en bovendien nog neurotische) kracht. Anderen als Ie Roy dachten aan een geloof, dat de geest weer vrij maakt tot zijn oorspronkelijke macht over het organische. Dit alles blijft naar kerkelijk besef een benadering van buiten af. Het gebed is niet een technisch hulpmiddel, waarover de gelovige zou beschikken en dat optelbaar zou zijn bij de overige krachten die hij met andere mensen gemeen heeft. Bidden is veeleer een zoeken van Gods aangezicht, een actief zich invoegen in zijn Raad (cf. Rom. 8, 15 v.; 8, 26 v.). Daarom en op die wijze draagt het de verhoring in zich: omdat en voorzover het de Wil uitdrukt, die geschiedt. Natuur en geschiedenis rusten in Hem, die er zijn plan in voltrekt — juist doordat Hij de Transcendente blijft, die daar, waar Hij inwoont, ruimte schept, niet bezet. Op deze wijze vindt het wonder (naar al zijn nuanceringen) zijn tehuis: binnen de dialoog tussen de God van het heil, die de verblinde en weerbarstige mensheid (en in haar de weerbarstige wereld) een uiteindelijke en bevrijdende zingeving verleent, waarvan het wonder het verwijzend en proleptisch teken mag zijn. Het beeldt het Rijk uit, dat komende is en dat heling betekent voor mens en wereld naar hun totaliteit i)

KORTE WEERGAVE VAN DE DISCUSSIE Prof. dr. H. R. Woltjer wordt door het boeiende betoog van de spreker herinnerd aan het boek van de Engelse theoloog Alan Richardson, The miracle stories of the Gospels (London 1941; 5 1956), dat hij indertijd in „Geloof en Wetenschap" besproken heeft (jg. 1954, blz. 141). Voor Richardson zijn de wondertekenen een essentieel bestanddeel van de apostolische prediking van het Christendom en hij zegt met klem „the miracles did happen". Maar tevens antwoordt Richardson op de vraag, die hij zichzelf stelt: ,,moet ieder opgetekend ^) „Verrijzenis" en ,,verheerlijlcing" vormen (als de intrede zelf in het eschatologische) een eigen categorie. Zij behoren niet meer tot het wonder ,,tussen de tijden", dat hier besproken werd. —• Vgl. voor het geheel ook H. M. M. Fortmann, in Dux 18 (1951) 62—89.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1963

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 322 Pagina's

1963 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 273

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1963

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 322 Pagina's