1963 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 270
220
J. A. M. WETERMAN
terrein van de diepte-psychologie of van de parapsychologie (al zal m e n in concreto elke verwantschap-op-het-eerste-gezicht natuurlijk telkens op zijn houdbaarheid moeten onderzoeken). Zo zal, wat in Lourdes gebeurt, te maken h e b b e n met de „archetypen" (om in d e taal van Jung te spreken)) van de bergende grot, de bron, de heilbrenger, de moeder. Ook zal het wel niet toevallig zijn, dat verschijningen van Maria samenhangen met groepen, waarin een matriarchale grondstructuur nog zichtbaar is (cf. Lourdes en Fatima in het land van Kelten en Basken). Vandaar ook, dat er in wonderen toch zo iets als wetmatigheid optreedt (vergelijk hoe Carrel de feiten weergeeft), al kunnen wij die nooit uitputtend op formule brengen. Het mirakel van de w e n e n d e madonna in Syracuse zal ook wel dergelijke aanknopingspunten vertonen, i ) E e n consequente doorzetting van deze aanpak verwijdert zich van d e methoden der gangbare rooms-katholieke theologie (ondanks het feit, dat ook daar het zwaarteount van het causale naar het tekenkarakter van het wonder verlegd wordt, naar het zingeheel dus, waarin het verschijnt). Toch is er met name bij Augustinus m.i. een basis voor te vinden. Bij hem blijft het mirakel dichter bij het ervaren van het wonder der werkelijkheid als mysterie. Geheel de wereld, zo kan zijn visie worden weergegeven, is een wonder. Maar wij, kortzichtige en zondige mensen, raken daaraan gewend. D a n kan een doorbraak van dieper liggende schepselklachten ons weer terugroepen tot de ware aard der werkelijkheid. W a n n e e r wij althans deze geprononceerd wonderlijke gebeurtenissen weten te verstaan en er niet voor blijven „staunen", zoals een ongeletterde zich verbaast over een mooi handschrift zonder tot d e betekenis van de woorden door te dringen: tot het mirakel als teken, waarin het Bijk, dat komende is, zich anticiperend reeds aankondigt. „Zover moeten wij komen in de school van Christus". 2) Daarom acht nog een nieuwe mens een groter die immers tevoren reeds staan van het leven van
Gregorius de Grote d e geboorte van een wonder dan de opwekking van een dode, leefde. Het mirakel blijft dienend ten overalle dag voor Gods aanschijn geleefd. D e
1) Men zie omtrent dit laatste het artikel in Het Schild, oct. 1954. Zie voor heel deze benaderingswijze meerdere artikelen uit Magie und Wunder in der Heilkunde (herausgegeben von V/ilhelm Bitter), Stuttgart 1959. 2) Zie bij Monden o.c. p. 39—42 (met name ook de aldaar geciteerde studies van P. de Voogt); p. 92; 101. Verg. De Civit. Dei 21, 8: „portentum non fit contra naturam sed contra quam est nota n a t u r a . . . . " .
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1963
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 322 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1963
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 322 Pagina's