Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1963 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 277

3 minuten leestijd

GELOOFWAARDIGHEID VAN HET WONDER

227

mee zeggen, dat er kennelijk ook op dit punt een verheugende parallelle ontwikkeling in het denken bij U en bij ons gaande is. U wilt het wonder niet zien als een speciaal ingrijpen Gods in het raderwerk van het natuurgebeuren. Dergelijke opmerkingen heeft ten onzent ook Prof. M. C. Smit gemaakt ten opzichte van de chi-istelijke geschiedenisbeschouwing. Wanneer we niet occasionalistisch willen denken over Gods werk in natuur en historie, gaat echter wel de vraag klemmen of het werk Gods dan nog wel concreet aanwijsbaar is. Hoe zullen we uitmaken of bv. die volle graanzolder van de genoemde pastoor een wonder was? Het feit is daar, maar ook de hoop zout die Fred Kaps tevoorschijn goochelt, is een feit. Moeten we dan toch een commissie gaan benoemen om uit te maken of er al dan niet natuurlijke oorzaken aan te wijzen zijn? En zo niet, wat blijft er dan eigenlijk van het wonder over dan een teken, dat subjectief, voor mij, een teken van Godswege is dat ik in geloof zie, maar dat voor een ander wellicht helemaal geen teken is? Verzeilen we dan niet in individualisme en subjectivisme? Inleider: Zoals U begrepen zult hebben, ben ik door Bultmann beinvloed (zie zijn opstel „Zur Frage des Wttnders", in: Glauben und Verstehen, I (1954), p. 214-228). Vandaar dat (via U nu) dé vraag terugkeert, die ieder, die hem leest, zal verontrusten en die een veel wijdere strekking heeft, dan het terrein van het wonder alleen. Wordt hier de transcendentie Gods niet zo ver gedreven, dat Zijn verschijnen in natuur en geschiedenis eigenlijk nooit gestalte of vorm kan aannemen? Om me dan toch tot het wonder te beperken (en daarmee tegelijk een wat ontwijkende beweging te maken, die U me hopenlijk vergeeft): de hand Gods herkennen is — wil het wonder een collectieve weerklank vinden — een zaak van de gelooisgemeenschap en wel als zodanig (de wetenschap kan enkel bepaalde gevallen negatief uitsluiten; positief kan zij slechts de bodem voorbereiden; zie de inleiding). Zij zou daarvoor bv. een commissie kunnen benoemen (waar de Geest werkt, gaat het bij uitstek menselijk toe; dat zal zeker de reformatische theologie me toegeven). Deze commissie zal dan bv. moeten bezien of er een goede reden is om aandacht te besteden juist aan dit verschijnsel; of het verwondering wekt en dit ook waard is (of het mirandum is); of het iets is, dat zeldzaam is en buiten het normale valt (wat dan niet impliceert: er zijn „geen natuurlijke oor-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1963

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 322 Pagina's

1963 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 277

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1963

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 322 Pagina's