Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1963 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 211

2 minuten leestijd

ONTWIKKELING VAN HET LEVENDE ORGANISME

169

sen mens minder dan een procent van een ander type haemoglobine, n.l. het foetale haemoglobine of haemoglobine F. Zoals de naam reeds doet vermoeden, is het haemoglobine F de belangrijkste component van het foetale bloed. Het bevat evenals het haemoglobine A twee a-ketens, identiek met die van het haemoglobine A, doch verder twee y -ketens, die in niet minder dan 41 aminozuur-residuen verschillen van de ;8-ketens, aanwezig in het haemoglobine A. Haemoglobine F is dus voor te stellen als «2 7 2- Ook van de/-ketens is de aminozuurvolgorde thans geheel bekend. Het zich ontwikkelende embryo begint reeds vroeg met de synthese van het haemoglobine A. In de 9e week is dit proteïne reeds aantoonbaar, na 20 weken is er ongeveer 6 % haemoglobine A en dit percentage neemt langzamerhand toe, totdat het ongeveer 20 % bereikt bij de geboorte. Het foetale haemoglobine dat met de tijd in concentratie afneemt, bereikt één tot twee jaren na de geboorte een gehalte van 0-1%. Het genetisch onderzoek, dat hand in hand is gegaan met de biochemische analyse, heeft geleerd dat de primaire structuur van de ff-, y0- en jz-ketens bepaald wordt door verschillende genen. Hier duikt dus wederom het reeds eerder gesignaleerde probleem op waarom de genen, die verantwoordelijk zijn voor de synthese van y-ketens, tijdens de embryonale ontwikkeling geleidelijk aan potentie verliezen, terwijl de genen, behorende bij de /?-ketens, meer en meer tot expressie komen. Er behoeft geen twijfel over te bestaan en dit zij nog eens nadrukkelijk gezegd, dat de samenstelling van het DNA der embryonale bloedcellen gelijk is aan die van de bloedcellen, die het naderhand volwassen geworden individu zal bezitten. Een andere voor de hand liggende vraag is, waarom het foetus een ander haemoglobine bezit dan de moeder. Gezien het feit, dat het embryo afhankelijk is van de zuurstof van de moeder is het begrijpelijk, dat de zuurstof-dissociatie-curve van foetaal bloed verschilt van dievan het moederlijke bloed. Recente experimenten betreffende de zuurstofuitwisseling van gezuiverd haemoglobine F en A geven zulke verschillen niet te zien, zodat de functionele betekenis van het onderscheid in chemische structuur voorhands nog niet duidelijk is. Niettemin bieden beide proteïnen een goed bestudeerd voorbeeld van de wijze waarop zich de veranderingen op moleculair niveau uitwerken. Het zal wel voor weinig tegenspraak vatbaar zijn, dat ons inzicht in de

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1963

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 322 Pagina's

1963 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 211

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1963

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 322 Pagina's