Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1963 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 210

2 minuten leestijd

168

L. BOSCH

wikkelen zich uit bepaalde embryonale cellen de niercellen, uit andere levercellen. Alle cellen van één organisme daarentegen zijn echter uitgerust met een gelijk genetisch apparaat. Zij bevatten dus een constante hoeveelheid DNA en beschikken over gelijke genen. Niettemin leiden de zojuist genoemde ontwikkelingen tot geheel verschillende cellen, zodat van het streng determinerende karakter der genen ogenschijnlijk weinig te merken is. De grote verschillen tussen een lever-, resp. een niercel springen duidelijk in het oog warmeer men let op de fimcties van beide cellen. Zo vindt in de lever de synthese van allerlei proteïnen, zoals b.v. bloedeiwitten plaats, terwijl de nier ervoor zorgt dat deze proteïnen niet met de urine worden uitgescheiden. Lever- en niercel zullen dus zowel verschillen in hun synthetische activiteit als in de permeabiliteit van hun celwand, hoewel het onderscheid hiermee uiteraard niet is uitgeput. Uit het voorgaande zal het duidelijk zijn, dat het verschijnsel der cel-differentiatie zijn meest verfijnde karakterisering vindt in de biochemische analyse. Het is de verdienste van het huidige eiwit- en enzymonderzoek, dat zulk een analyse thans in verschillende gevallen verwezenlijkt is. Hield men het bijvoorbeeld enkele jaren geleden nog voor volslagen ormiogelijk om de aminozuur-volgorde van een eiwit met een molecuulgewicht van omstreeks 10.000—20.000 te bepalen, nu is deze volgorde voor verschillende proteïnen bekend. Als voorbeeld wil ik in dit verband het haemoglobine van de mens noemen. Haemoglobine is een geconjugeerd eiwit, bestaande uit een proteïne, het globine en een prosthaetische groep, het haem. In het algemeen treft men van dit eiwit, dat de zuurstofoverdracht in het bloed verzorgt, enkele verschillende typen in de rode bloedcellen aan, alle met hetzelfde haem. Bij gezonde volwassen mensen is het z.g. haemoglobine A verreweg de belangrijkste component. Het globinegedeelte is opgebouwd uit vier polypeptide-ketens, te weten twee (identieke) «-ketens en twee (identieke) j8-ketens. Men kan het globinemolecuul dus karakteriseren als «2/^2- De a-keten omvat 141 aminozuren en de /3-keten 146. Het mag als één van de indrukwekkendste vorderingen der eiwitchemie worden beschouwd, dat de aminozuurvolgorde van beide peptide-ketens thans volledig bekend is, terwijl men zich aan de hand van kristallografische metingen met behulp van Röntgenstralen tevens een goed gedetailleerd beeld heeft gevormd omtrent de driedimensionale structuur van het haemoglobine. Naast het haemoglobine A bevat het bloed van de gezonde volwas-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1963

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 322 Pagina's

1963 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 210

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1963

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 322 Pagina's