1963 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 304
250
A. C. DROGENDIJK
In tabel IV zijn de ± 1200 antwoorden procentsgewijze verwerkt en tevens hun rangorde aangegeven. Hieruit blijkt dat inderdaad sport op de eerste plaats staat, op de voet echter gevolgd door algemene ontspanning in meer passieve zin en het werken in huis en gezin. Zodra echter vrije tijd vrijkomt, zien wij dit beeld geheel veranderen en komt nu huis en gezin op de eerste plaats (bijna 30 % ) , op enige afstand gevolgd door „trek- en wandeltochten" (22 V2 %) en sport pas op de derde plaats (met slechts 14,4 % ) . Bovendien is film, radio, televisie e.d. van de 2e naar de 5e plaats verdrongen. Tevens blijkt hieruit dat de idee: de arbeiders weten met hun „extra" vrije tijd toch niets te beginnen en de meesten van hen zullen deze tijd verspillen aan sport en toto, beslist onjuist is. Opvallend is verder dat wanneer de arbeider over meer vrije tijd de beschikking zou krijgen, dit in geen geval ten goede zou komen aan algemene ontwikkeling of beroepsopleiding, want deze rangorde (7) bleef ongewijzigd. Alvorens onze beschouwingen te vervolgen mag de vraag gedaan of een en ander ook geldt voor de toplaag van onze samenleving. Vrij algemeen toch wordt aangenomen dat leidinggevende personen en welgestelden (werkgevers, hoofden van dienst, academici e.d. personen) over veel minder vrije tijd beschikken dan het overige gedeelte der bevolking, terwijl ook het bestedingspatroon van de vrijetijdsbesteding belangrijke verschillen zou vertonen. Uit een uitvoerig onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek, verricht in de winter 1955/56, is echter gebleken dat dit niet het geval is. De leidinggevende mannen spenderen wel meer tijd aan „verplichte bezigheden" (4 a 6 uur per week), maar doordat zij minder nachtrust genieten, hebben deze mannen per saldo weinig minder vrije tijd dan die uit andere milieus. Ook wat de besteding van de vrije tijd betreft treden weinig of geen opvallende verschijnselen aan de dag. Het enige wat vermelding verdient is het feit dat de leidinggevende personen meer uren besteden aan vorming (cursussen, lezingen, tentoonstelling, museum, godsdienstles, kerkbezoek), hetgeen overigens voor de hand ligt. Ook is de lectuur welke zij lezen, in doorsnee van een betere kwaliteit. Uit de zoeven opgesomde bonte rij van vrijetijdsbestedingen kan gevoegelijk afgeleid worden dat de vrije tijd verschillend wordt ervaren en gewaardeerd. Sommigen bezien de vrije tijd uitsluitend negatief en beschouwen het als verloren tijd. Men doet immers nietsl Anderen zien de vrije tijd als een leegte, die gevuld moet worden,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1963
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 322 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1963
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 322 Pagina's