Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1963 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 261

2 minuten leestijd

GELOOFWAARDIGHEID VAN HET WONDER

211

Stroomde met liefde en met geluk" — toen hij nog een jongen was en na een paar lichtende woorden van het dienstmeisje, waarvan hij hield. Wij weten beter: het kwam hem zo voor; in werkelijkheid speelde het zich allemaal af 'binnen' in de jongen. Ouder en critischer geworden, zou hij het, zo menen wij, zelf ook wel zo herkennen. Een foto immers — zo luidt het bewijs — zou ongetwijfeld geen enkel verschil vóór en na de woorden van het dienstmeisje geregistreerd hebben in het landschap zelf. Het naive geloof van het kind houdt geen stand tegenover de critisch-methodische twijfel van de — zeggen we, sinds Descartes — volwassen geworden mens. Ons houvast rust in datgene, wat daaraan wel weerstand weet te bieden, dat is: wat voor allen toegankelijk is. Het onverifiëerbare is het subjectieve i). Bultmann stelt in een beroemd en berucht geworden uitspraak: „Men kan niet gebruik maken van electrisch licht en radio, in geval van ziekte moderne medische en klinische hulp inroepen en tegelijkertijd geloven in de nieuwtestamentische wereld van geesten en wonderen" 2). Van den Berg (o.c.p. 210) zegt terecht, dat deze vrijzinnige theoloog hierin de tolk is „van al die talrijken, die het juist — zo niet rustig — vinden, dat het wonder, deze steen des aanstoots, uit ons bestaan is weggenomen. Wij leven in een zindelijke wereld: men draait aan een knop en het geluid, dat voor de dag komt, vindt in de encyclopedie op armlengte van de behaaglijke fauteuil zijn hygiënische uitleg. Alles heeft zo zijn uitleg. Wat een uitleg derft, bestaat niet." Men zal het reeds begrepen hebben: onze kritiek op de drie genoemde momenten zal vanuit dit beheersende derde element, het zo juist omschreven verstaan der werkelijkheid hebben in te zetten. Het kenmerkende van onze tijd lijkt mij nl. juist, dat dit tcereldontwerp bezig is ons te verlaten. Deze stelling zou een lange adstructie verdienen; ik laat het bij een aantal suggererende aanduidingen. Het is — zo zou ik de grondimpressie willen weergeven — alsof het ons zo vertrouwde wereldontwerp zich als van binnen uit oplost. Het huis, dat wij zo veilig bewoonden, blijkt bouwvallig. Of liever: het kan ons niet uiteindelijk dienen maar 'slechts' in onze primaire biologische behoeften 'voorzien'. De poging was en is gigantisch. Maar wij heb1) Prof. dr. J. H. van den Berg, Metabletica, 12, 1963, p. 202—221; cf. 222—249. 2) R. Bultmann, in: Kerugma und Mythos I (1954), p. 18.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1963

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 322 Pagina's

1963 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 261

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1963

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 322 Pagina's