1965 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 27
ANDERS-DENKENDEN (WAANVORMxNG EN INDUCTIE)
11
Thans doen we evenwel een stap terug in de historie en nemen een willekeurig voorbeeld. We verplaatsen ons naar de 16e eeuw, naar de tijd der Reformatie. Ik herinner u aan een door mij gepubliceerde beschouwing over: „De Wederdopers in de 16e eeuw". U kunt onder meer daarin een beschrijving vinden van Jan van Leiden, Melchior Hoffman en Jan Matthijs. Deze laatste noemde zich Henoch, de tweede getuige. Als middelpunt van zijn activiteiten koos hij Munster uit. Op grond van visionaire belevingen, werden alle grote gebouwen geslecht; men zag massaal vurige draken, hoorde de bazuinen van het Laatste Oordeel schallen en men dacht dat de doden weldra zouden opstaan. Na de dood van Jan Matthijs, nam Jan van Leiden de leiding over. Hij noemde zich de koning der koningen en heerste als een Oosters vorst. Hij voerde de polygamie in, terwijl de agressie breidelloos naar voren kwam. Dergelijke uitwassen, welke ik — zij het met enige reserve, omdat het moeilijk is een oordeel over historische bewegingen uit te spreken — pathologisch wil noemen, roepen over het algemeen een contraagressie op. Het is moeilijk de historisch-sociale betekenis van dergelijke groepen precies te bepalen. Dit is ook niet de taak van de psychiater. Interessant is, dat in de historie, vóórdat nog sprake was van een psychiatrisch ingrijpen, een zelfregulatie optrad, met als gevolg een geleidelijke resocialisatie. Voordat men sprak van psychogene, reactieve, sociogene factoren, vóórdat een onderzoek naar hereditair-familiaire momenten mogelijk was, werden maatregelen genomen — niet zelden rigoreuze — waardoor geleidelijk aan weer orde op zaken werd gesteld. Maar we kunnen met onze psychiatrische visie nog verder in het verleden blikken. Alle grote godsdienst-stichters zijn door psychiaters — min of meer uitvoerig en verantwoord — gekwalificeerd en geëtiquetteerd. Datgene wat eens bovennatuurlijk scheen, werd in de natuurlijke sfeer teruggebracht, van verschillende kanten benaderd en afgetast. Beroofd van machtigheid, bleven de brokstukken liggen, interessant misschien, doch ondeugdelijk materiaal. Toch blijft het een probleem, hoe het mogelijk is dat godsdiensten de wereld veroverden, dat de theologie nog steeds een bloeiende wetenschap is en de religies ondanks alle mogelijke pogingen tot expUcatie, niet verdwenen zijn. Het is Freud, die de meest gigantische poging gedaan heeft, de religieuze groepsvorming te verklaren in zijn werk: „Massenpsychologie und Ich-analyse".
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1965
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 364 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1965
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 364 Pagina's