1965 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 273
PROF. DR. A. L. JANSE DE JONGE, 1917-1965 ZIJN BETEKENIS EN WERK Het is de laatste jaren ongebruikelijk in „Geloof en Wetenschap" aan leden die de „Christelijke Vereniging van Natuur- en Geneeskundigen" ontvallen, een in memoriam te wijden. Aangezien Janse de Jonge van 1958 tot 1962 lid was van de redactie en in 1963 en 1964 voorzitter, heeft de redactie van „Geloof en Wetenschap" echter gemeend van de betekenis en het werk van Janse de Jonge een beknopte schets te moeten geven. Indien men zich daarvan een beeld wil vormen, dan kan men dit niet los zien van enkele achtergronden, d.w.z. van plaats en tijd. Wat de plaats betreft: zijn werkterrein had hij gevonden in de Valeriuskliniek te Amsterdam; de tijd waarin Janse de Jonge zijn opleiding tot specialist ontving, waren de gecompliceerde oorlogsjaren. Het feit, dat alle menselijke waarden in de oorlog op het spel kwamen te staan, gaf de stoot tot een nieuwe bezinning op het mens-zijn waarbij zowel optimistische als pessimistische visies naar voren kwamen. Zo werd het wezen van het mens-zijn op onderscheidene wijze geformuleerd, als een Sein zum Tode (Heidegger), als de walging (Sartre), de Daseinsfreude(Bollnow), terwijl met name in de Valeriuskliniek de ik-gij verhouding (Buber, e.a.) en de liefde (Binswanger) centraal werden gesteld. De oorlogsjaren waren tevens de tijd, waarin Van der Horst en zijn medewerkers het leerboek „Anthropologische psychiatrie" schreven. De voor de psychiatrie essentiële vraag was daarbij of het wézenlijk-menselijke op een wetenschappelijk verantwoorde wijze te betrekken was op de psychisch gestoorde mens. De anthropologie nu is moeilijk geheel los te denken van de fenomenologie. De anthropologische fenomenologie houdt zich bezig met de fenomenen voorzover zij bij de mens openbaar worden, zij tracht bij de gestoorde mens te verwoorden wat het wezenlijke van de verschijnselen is. Dit betreft zowel algemene psychiatrische symptomen als hallucinatie, waan, aggressie, angst, etc. als ook de ziektebeelden in haar totaliteit. Het beoefenen van de fenomenologie vereist een sterk invoelend vermogen en een welhaast „literaire" taalbeheersing, doch deze moeten gecombineerd zijn met een critische zin, omdat het gevaar van anthropologismen en fenomenologismen niet denkbeeldig is.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1965
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 364 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1965
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 364 Pagina's