1965 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 116
88
/\ 1 / ,
•V i j /
'
/ \
J. LEVER
wat éénzijdige opmerkingen en vragen mogen deze noodzaak illustreren. In onze voorstelling hebben wij, om met een duidelijke fout te beginnen, eigenlijk steeds gedaan alsof de gehele aarde eenmaal Paradijs is geweest. Wij meenden immers dat er vóór de zondeval geen dieren konden sterven, en dat er geen parasieten of roofdieren bestonden, zodat overal op aarde een staat van onderlinge vrede heerste. Warmeer wij het verhaal in Genesis 2 e.v. echter onbevangen lezen dan blijkt dat het Paradijs juist als een zeer apart, van de normale aarde gescheiden, speciaal aangelegd beperkt gebied wordt beschreven. De mens ontstond daar buiten op de gewone aarde, en wordt in het verhaal daarvandaan genomen en overgeplaatst in het Paradijs. Daar wordt hij, en dat lijkt de diepste zin te zijn, met God en de wereld en het leven geconfronteerd. In dit Paradijs zijn — als in een model — alle werkelijk belangrijke momenten en strevingen in de wereld a.h.w. in zuivere vorm samengebracht: God de schepper van deze gehele werkelijkheid. Die zich openbaar maakt aan de mens, de boom der kennis van goed en kwaad als manifestatie van Gods gebod, de boom des levens die de mogelijkheid van eeuwig leven toont, de mens die van de normale aarde komt, de mensheid in man en vrouw, het bewerken en bewaren als de aardse taak voor de mens, de door God geschapen slang als listigste representant van alle listigheden die in de wereld bestaan, de verleiding, de overtreding van Gods gebod, het zich bewust worden daarvan, de naaktheid als ontmaskering, de straf, de tragische en zinvolle bekleding met dierenvellen, maar ook het niet-totaal-vernietigen van de gevallen mens en het hoopvolle uitzicht op de uiteindelijke overwinning op de dodelijke listigheid. Woord voor woord openbaart het verhaal de essentiële zin van deze werkelijkheid en de wezenlijke achtergronden van de mensheid. Het is de vraag of van deze openbaring iets verloren gaat wanneer de beschreven gebeurtenissen geen incidentele historiciteit zouden hebben en tevens of zij wel als zodanig bedoeld zijn. Met nadruk moet gezegd worden „incidentele historiciteit", want zoals het verwerpen van de constructie van incidentele scheppingen plaats zou moeten maken voor de rijkere radicale geloofsacceptering dat de gehele werkelijkheid van alle tijden een ondeelbare Goddelijke schepping vormt, zo zou ook hier slechts het „incidentele" plaats moeten maken voor een universele historiciteit, die wij altijd moeten
IQ ^
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1965
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 364 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1965
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 364 Pagina's