1965 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 213
TOEVAL EN
VOORZIENIGHEID
173
roepelijk. Hoezeer we allen ook de ellendige verleiding van het „nakaarten" kennen, we weten, dat het volkomen onvruchtbaar is. Ten opzichte van de toekomst kunnen we spreken van „kans" en „waarschijnlijkheid", ten opzichte van het „verleden" is dat zinloos. En het „heden" plaatst ons voor de keuze uit en de beslissingen over de mogelijkheden, die de toekomst ons biedt en waaruit we slechts één kunnen kiezen met verwerping van alle andere. Geheel anders is het gesteld met de natuurwetenschappelijke tijd, de tijd van de klok, die afgebeeld kan worden op een lijn en waarmede grafieken kunnen worden ontworpen, waarop het heden een willekeurig gekozen nulpunt is. In die wetenschappelijke tijd hebben begrippen als handeling en daad, aanvaarding en verwerping, keuze en beslissing, afspraak en gelofte, waagstuk en moed geen betekenis, wat ze in de historische tijd juist wèl hebben. 5.5. Ten slotte zijn het nog de ideeën van de grote Joodse, onlangs overleden theoloog-wijsgeer Martin Buber, inzake de belangrijke onderscheiding van enerzijds de wereld van het ,,ik" en ,,het", anderzijds die van het „ik" en ,gij", waarvan Pollard met dankbaarheid en bewondering kennis genomen heeft en die hij in zijn betoog verwerkt. Ze zijn tegenwoordig in ruimen kring, oppervlakkiger of dieper, bekend. Hier slechts een enkele aanduiding. Een de werkelijkheid waarnemend subject kan zich op geheel verschillende wijzen to.v. het object gedragen: zakelijk, verstandelijk, koel, óf er zich als het ware mede verbonden weten, er zich voor open stellen, ontvankelijk zijn, zich inleven, zich als het ware er aan uitleveren. Om een paar voorbeelden te noemen: een sterrenkundige kan met alle vakkundige verfijning de beweging der hemellichamen bestuderen, maar hij kan zich ook openstellen voor de verhevenheid en de majesteitelijke heerlijkheid van die sterrenhemel. Een bioloog kan de levensverschijnselen met mindere of meerdere mate van geinteresseerdheid onderzoeken, maar ook er geheel-en-al bij betrokken raken. Pollard geeft een aardig voorbeeld: een bioloog vertelde hem hoe hij, als jong student, door zijn hoogleraar berispt was om zijn onwetenschappelijk gedrag; hij had in zijn micromanipulator aan een fijne kwartsdraad een amoebe geprikt, zag hoe het arme wezentje spartelde en riep luid: „kijk, hij probeert me te ontsnappen." Zelf moet ik in dit verband denken aan het antwoord van iemand wien gevraagd werd, hoe hij toch zulke mooie resultaten verkreeg bij de verzorging van zijn planten: „je moet met ze praten, terwijl je
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1965
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 364 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1965
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 364 Pagina's