1965 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 180
144
J. A. VAN DER HOEVEN
3. Uit de door de cultuur vermeerderde technische kennis en door het toenemende weten. Voor ik een paar woorden over deze 3 factoren ga zeggen, wil ik vaststellen, dat er natuurlijk op bepaalde terreinen wel absolute, ethische normen zijn. Ik denk nu in de eerste plaats aan de oude Hippocratische belofte: „dat ik geen geslachtelijke omgang zal hebben met mijn patiënten, hetzij van het vrouwelijk hetzij van het mannelijk geslacht". Daarbij zullen wij allen natuurlijk moeten bedenken, dat het Bijbelwoord geldt: „Hij die een vrouw aanziet om haar te begeren, heeft alreeds overspel met haar in zijn hart bedreven". En het is zeker waar, dat voor ons allen de vraag klemt: wie is op dit gebied, zonder zonden? Maar niettemin is een dergelijk vergrijp als Hippocrates noemt een zonde, m.a.w.: dit is een absolute ethische norm. Een andere absolute norm, is zeker aan te wijzen, wanneer men de hippocratische belofte beziet: ik zal geen dodelijk vergift geven aan de aan mij toevertrouwde zieken, ook niet als ze er om vragen. Hoewel reeds hier een duidelijker problematiek rijst. Het is nl. toch zo, dat men van de meeste thans toegepaste medicijnen kan zeggen, dat ze vergiften zijn en te allen tijde bij overschrijding van de dosis ten dode kunnen leiden. Een ander mens bewust uit de wereld helpen, is een handeling, die niet alleen strafrechtelijk behoort te worden vervolgd, maar die ongetwijfeld ethisch niet geoorloofd is, voor zover men aanneemt, dat ethiek een kwestie is van zedelijke waarden, die speciaal voor de mens geldigheid hebben. Evengoed zou hier kunnen staan, men zal geen geld uit de portemonnaie van zijn patiënten stelen; zijn jas niet van de kapstok nemen of zijn handschoenen zich toeëigenen. Het komt mij voor dat dit alles vanzelfsprekend is. Een groot aantal handelingen, die de arts behoort na te laten, zijn niet anders dan gecodificeerde gewoonten, die vanouds golden als onfatsoenlijk, oneerlijk, onnetjes, onbehoorlijk of welke term men er ook aan geven wil. Over veel van dit soort dingen worden de artsen ingelicht door de vakbond, als ik het zo eens oneerbiedig mag zeggen. Het bekende boekje: „Medische ethiek" geeft aan, wat niet mag en wat onbehoorlijk is onder collega's. Dat heeft niets met de medi-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1965
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 364 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1965
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 364 Pagina's