1965 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 87
DE EXACTE VAKKEN OP EEN SCHOOL MET DE BIJBEL
63
Als een eerste stelling bewezen is, zal men toch bespreken, wat nu de geldigheid, de zekerheid en de waarde van de verkregen kennis is. Als b.v. bewezen is dat de som van de hoeken van een driehoek 180 is, kan men een bespreking wijden aan de vraag wat hier met bewijzen bedoeld is. Heeft dit resultaat een universele geldigheid? Dat heeft men wel heel lang gedacht, maar is niet juist. De som van de hoeken van een driehoek kan van 180 afwijken als hij in een gekromde ruimte ligt. De gekozen axioma's en definities beperken de stelling tot driehoeken in een euklidische ruimte. Het denken dat dit resultaat opleverde, is zich daar eeuwenlang niet van bewust geweest. Over de wijze van redeneren kan men opmerken dat hij logisch heet, maar dat dit niet samenvalt met onfeilbaar. Integendeel, deze is typisch menselijk en feilbaar, maar daarom nèt als de zintuigen nog niet onbetrouwbaar. Ook de verkregen zekerheid is niet absoluut. Als men liever niet over de zekerheid spreekt, kan men zeggen dat de stelling geldigheid heeft. Waarvóór geldt hij dan en waarom? De antwoorden die hierop gegeven worden hangen af van de opvattingen die men heeft over de aard van de kennis en waarvoor die kennis geldt. Deze opvatting wordt via de levens- en wereldbeschouwing gericht door het geloof. Als u over deze zaken in een klas spreekt, zal als het gesprek diepgang verkrijgt, voor u het moment komen dat u verantwoording gaat afleggen van wat u gelooft over de Schepping en de Schepper en hoe uw denken over het leven op aarde in al zijn facetten daardoor beïnvloed wordt, zó, dat u ook een bepaalde opvatting hebt over het doel van de wiskunde en het onderwijs daarin en ook over de geldigheid van een bepaalde stelling. Dit kan ik nog nader adstrueren door met u te bespreken hoe men het begrip ruimte kan behandelen. Het woord ruimte wordt tegenwoordig in een veelheid van betekenissen gebruikt. Men spreekt in een nieuw jargon over onderzoek van de ruimte, over verblijf in de ruimte, waarbij het lijkt alsof men over een ding spreekt. Een analyse van dit begrip kan verhelderend werken en ongeveer als volgt verlopen: Gelovend dat ik over de schepping kennis kan verkrijgen, omdat deze èn ikzelf door God geschapen en op elkaar aangelegd zijn en dus de dingen in de schepping „vertrouwend" kan onderzoeken, vind ik dat alle dingen uitgebreidheid hebben. Daarbij heb ik afgezien van andere eigenschappen, zoals de kleur en hardheid der dingen. — Hierin ligt reeds een standpunt besloten. Ik zeg niet: de dingen krijgen uitgebreidheid doordat ze in een a priori aanwezige „ruimte"
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1965
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 364 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1965
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 364 Pagina's