1965 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 20
4
F. J. TOLSMA
patiënt zit in de put en de klinicus nu kan de diepte van deze put schatten en eveneens de diepte waarin de wanen in de bodem verankerd liggen, de hechtheid waarmee deze met de persoonlijkheid verweven zijn. De wanen zijn, bij de typische endogene depressie, echt, taai en zacht, er is geen behoefte tot export. Bij de diepste vormen der endogene depressie, wordt de waan nauwelijks nog geformuleerd. Bij een schizofreen is er daarentegen sprake van een afgrond waarin men blikt, en naarmate deze dieper is, verschijnen de wanen flardiger; er zit ogenschijnlijk geen stheniciteit meer achter. We kunnen dus zeggen; naarmate de psychose dieper is, worden de wanen minder systematisch, zij worden minder toegankelijk, de patiënt is minder bereikbaar. Bij een eenvoudige waanvorming, zoals bijv. bij debilitas mentis, kan de waan oppervlakkig zijn en toch een taai, gerekt bestaan voeren. Het is van belang een indruk te hebben van de waanstructuur, omdat, met name bij depressies, met voorzichtigheid de stelling kan worden geformuleerd, dat de diepte der psychotherapie omgekeerd evenredig is met de diepte der psychose, waarbij een beoordeling van de diepte der wanen een belangrijke rol kan spelen. Ditzelfde geldt trouwens voor het ziektebeeld der schizofrenie. Ook hier geldt in het algemeen, wat de psychotherapeutische behandeling betreft, dat de diepte omgekeerd evenredig is met de diepte der psychose. In het algemeen geldt, dat daar waar een cohaerente uitbeelding der problematiek onmogelijk is geworden, psychotherapie zinarm is. We zullen aan de hand van enkele literatuurgegevens en ervaringen, opgedaan in onze kliniek, de psychologische (psychoanalytische) benadering in het kort releveren. Immers, een belangrijk punt is, of de waan begrijpelijk is of niet, en het is duidelijk, dat de psychiatrische theorie hier een „ingrijpende" rol speelt. We beginnen met de vermelding van de in 1946 verschenen dissertatie van Katan, getiteld: „De grondbeginselen van de waanvorming". In aansluiting aan de opvattingen van Freud, ziet hij de waan als een herstelpoging, zij het ook dat deze mislukt is. Katan schrijft o.m.: „Wij wensen van onze psychotici een materiaal dat aangepast is aan onze denkwijze", en hij komt tot de conclusie, dat in de psychose weliswaar sprake is van regressie, maar dat tevens constitutionele en organische factoren een rol spelen. Zoals bekend, zag Freud de vervolgingswaan als een afweer tegen onbewuste
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1965
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 364 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1965
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 364 Pagina's