Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1965 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 311

2 minuten leestijd

NA VIJFENDERTIG JAAB

259

in omvang toe. De gedachte aan de toekomstige mogelijkheid van subsidie kwam misschien in onze wensdromen wel eens op, maar in de concrete situatie kon alleen van vermeerdering der contributies en bijdragen van de vrienden der Universiteit versteviging en verbreding van de financiële basis worden verwacht. De actie daarvoor was dan ook aan de orde van den dag en daarin werden de hoogleraren destijds danig betrokken. Tegen het „preken voor eigen parochie" werd onder elkaar natuurlijk wel eens gesputterd. Maar niettemin, wij hebben in stad en land veel preekstoelen beklommen en talloze huisbezoeken afgelegd. In het laatste was collega Coops het meest systematisch en volhardend. Ik weet niet of hij de bezoeken, die hij, meestal tesamen met de heer A. de Graaf uit Zeist, in vele delen van het land bracht, tot het einde toe heeft geregistreerd. Dat hij zijn duizendste bezoek noteerde kan ik mij nog goed herinneren. Men kan natuurlijk vragen of het op deze vdjze en in deze mate betrekken van hoogleraren in de acquisitie uit een oogpunt van bedrijfseconomie efficiënt geacht kon worden. Maar dan moet bedacht worden, dat het ons bij al die spreekbeurten, vergaderingen en huisbezoeken niet alleen ging om het kwantitatieve resultaat van de bereikte contributievermeerdering. Het ging zeker niet minder om het werven van het vertrouwen van de vrienden der Vrije Universiteit, om het onder hen kweken van vertrouwdheid met de gedachte, dat aan hun eigen universiteit de studie van die, toen nog veelszins als „voor het geloof gevaarlijk" gekwalificeerde natuurwetenschap mogelijk was. Het ging ook om het ontwikkelen van begrip voor wat van deze faculteit wel, en voor wat van haar niet te verwachten was. Want ook dit heeft van het begin af vastgestaan, dat naast het veroveren van een positie in het Nederlandse wetenschappelijk leven, ook het verwerven van een plaats in het reformatorisch volksdeel van Nederland een onmisbare voorwaarde was voor de ontplooiing van een faculteit der wiskunde en natuurwetenschappen, die zich, als deel van de Vrije Universiteit, voor haar onderwijs en onderzoek stellen wil op de grondslag van de beginselen der Reformatie. Laat ik omtrent het resultaat van deze extra-mural activiteiten der faculteit in haar aanloopperiode slechts zeggen, dat zij voor onszelf, ook voor wat betreft ons vertrouwen in de toekomst van de faculteit, van grote waarde zijn geweest.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1965

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 364 Pagina's

1965 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 311

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1965

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 364 Pagina's