1965 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 324
272
INGEZONDEN
1. In de evolutietheorieën wordt veel geopereerd met het begrip „toeval". Op blz. 31 brengt in de tweede alinea het verband mede, dat „toeval" daar zelfs 3 malen voorkomt. Het gaat daar over de objectieve weergave van verschillende wetenschappelijke stromingen en in zoverre is er voor kritiek geen plaats, maar tevens wordt er een evolutionistisch jargon gehanteerd, dat m.i. wel enige kritiek kan gebruiken. Er wordt n.l. gesproken over de „door het toeval bewerkte variaties" en over toeval ev. als „bepalende factor". Nu meen ik, dat „toeval" juist niets „bepaalt" en niets „bewerkt". Het invoeren van „toeval" is een al dan niet noodzakelijk of vruchtbaar, „testimonium ignorantiae". We vestigen er wel de aandacht mede op een opmerkelijk samentreffen van omstandigheden (b.v. „toevallig was die en die er ook"), maar we verklaren er niets mede. We zouden soms veel beter kunnen zeggen „door onbekende (ev. door niet ter zake doende) oorzaken was die en die er ook". Daarmede bedoel ik niet, dat „toeval" een onvolkomen hanteerbaar begrip zou zijn — vooral in het dagelijkse leven is het een zeer gemakkelijk begrip en trouwens in de natuiu-kunde ook zeer bruikbaar — maar men moet vooral oppassen te denken, dat men er iets mede zou „verklaren". Ik dacht — maar Lever weet dat veel beter dan ik — dat vele evolutionisten deze suggestieve term „toeval" vaak misbruikten. 2. Ook d e term „evolutie" kan zeer suggestief worden gebruikt. Lever spreekt op blz. 80 in verband met de „soorten" van „metafysisch geladen eenheden", maar als er één term (woord? begrip?) „metafysisch geladen" is, is het wel de term „evolutie". Men maakt „evolutie" tot een drijvende, scheppende, zelfstandige kracht. Op blz. 81 trof m e de zin „waarna een evolutieproces volgde dat onder meer uiteindelijk de mens voortbracht". Wil deze zin werkelijk niets méér zeggen dan dat uiteindelijk de mens ontstond"? Waarschijnlijk wél. Er wordt nl. wel vaag, maar toch onmiskenbaar, iets gesuggereerd over de ontstaanstoijze. 3. Zou het niet voorzichtiger zijn gereserveerder te staan tegenover de tegenwoordig in zwang komende term „chemische evolutie"? Al weer, wat betekent „evolutie", uit-wikkeling, ont-wikkeling in dit verband. Het gaat bij proeven als die van Miller, Urey e.a. toch alleen (overigens belangrijk genoeg) om een scheikundige theorie van wereldwording. Hierbij van „evolutie" te spreken lijkt me weer een „metafysisch laden". (Zie 2). 4. Op blz. 78 (r. 5) wordt „generatio spontanea" een „mysterieuze term" genoemd. Me dunkt, zo lang men een scherpe grens tussen „levende" en „dode materie" aanvaardde — zoals toch in de tijd van Pasteur het geval was en volgens het door hem verzamelde materiaal toch terecht — was die term allesbehalve „mysterieus". Het is dan ook merkwaardig, dat iemand als Ernst Haeckel (over wien Gavin de Beer in zijn biografie van Darwin, blz. 170, geestig opmerkt: „Ernst Haeckel threw himself with such enthusiasm into the cause that Darwin himself shuddered at the excess of his zeal in drawing up evolutionary trees of
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1965
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 364 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1965
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 364 Pagina's