Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1965 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 339

2 minuten leestijd

KLASSIFICATIE VAN PSYCHIATRISCHE PATIËNTEN

283

steld dat hij een ziekte of ziekelijke stoornis van de psyche heeft en een van de eerste taken van de psychiater zou behoren te zijn om dit te verifiëren. Dit gebeurt lang niet altijd en terecht schrijft Giel (1964) dat de psychiater vaak niet zelf tot de conclusie is gekomen dat het afwijkend gedrag van de patiënt het gevolg is van een geestelijke stoornis. Gewoonlijk wordt dit door anderen gedaan, door de patiënt zelf, zijn familie, de groep waarin hij werkt, een sociale instelling. De huisarts bevestigt dit vermoeden. Bij zijn onderzoek gaat de psychiater er dan onbewust van uit dat zijn patiënt geestelijk gestoord is. De diagnostische bemoeiingen zullen zich dan beperken tot een benoeming van de aandoening. Slechts zelden behoeft de psychiater een oordeel te geven of de patiënt al of niet geestelijk gestoord is. Met tal van voorbeelden uit de praktijk zou ik dit kunnen bevestigen, maar hiervan wil ik alleen noemen de gevallen die we destijds nog al eens aangeboden kregen voor opneming in ,,Dennenoord", gevallen van zgn. „asociale tuberculoselijders" die weigerden zich aan de nogal ingrijpende en meestal slecht toegelichte voorschriften van de longarts te houden en waarbij dan getracht werd om een mogelijke lapsus in de Wet op de besmettelijke ziekten toe te dekken door misbruik te maken van de gelegenheid die de Krankzinnigenwet biedt tot dwangverpleging van geestelijk gestoorden. Onder de term „geneeskundige bijstand" vdl ik verstaan een bijstand die zich speciaal op een geneeskundige aangelegenheid richt. Onder „geneeskundige" aangelegenheid versta ik dan vervolgens een aangelegenheid waarop de kunde van het genezen resp. het (in medische zin) voorkómen van toepassing is (dit laatste in verband met de tot ontwikkeling gekomen preventieve geneeskunde). Zulke aangelegenheden zijn ziekten en ziekeHjke stoornissen. Gaat het dus om het verlenen van geneeskundige bijstand aan de psychiatrische patiënt, dan is het nodig te weten wat „ziekte" is en meer in het bijzonder wat „ziekte van de psyche" is. Het blijkt dan dat het begrip „ziekte" niet nauwkeurig gedefinieerd kan worden en dat in de loop der tijden de inhoud van dat begrip sterk is veranderd. Dat is merkbaar in de gehele geneeskunde, maar bij uitstek in de psychiatrie. Het grensgebied tussen „psychiatrische ziekte" en „normaliteit" is aan voortdurende verschuiving onderhevig, dat tussen „psychiatrische ziekte" en „misdaad" evenzeer.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1965

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 364 Pagina's

1965 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 339

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1965

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 364 Pagina's