1965 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 138
106
A. L. JANSE DE JONGE
sing van de wetenschap bij de behandeling van patiënten. De pragmatische aard van zijn werk brengt tevens mee dat hij zich maar betrekkelijk zelden bekommert om zuiver kennis-theoretische problemen. Vaak is hij wel geïnteresseerd in de zuivere wetenschap, in de zuivere kennisleer, maar door de aard van zijn werk en uit de aard van zijn positie is deze interesse toch slechts secundair van aard. Dit brengt met zich mee dat ik hier vandaag dan ook liever spreek over weten en geloven omtrent de mens, dan dat ik het begrip „denken" in mijn programma opneem. Een tweede beperking die ik mij mag opleggen houdt verband met het feit dat ik heden voornamelijk zal spreken vanuit psychiatrisch gezichtspunt. Deze beperking heeft bepaalde consequenties, aangezien de anthropologische problematiek in de psychiatrie waarschijnlijk een andere rol speelt dan op andere gebieden van de geneeskunde. Een zekere tweedeling in de geneeskunde is ook thans nog wel duidelijk te constateren. Deze tweedeling is al van oude datum en in het begin van de 19de eeuw is er een belangrijke strijd gevoerd tussen twee groepen in de geneeskunde, die aangeduid werden met de namen ,,physici" en ,,psychici". Het is ook heden ten dage nog belangwekkend kennis te nemen van de romantische geneeskunde, die dateert van de eerste helft van de 19de eeuw. Wij kennen meestal nog slechts de uitlopers van die periode, zoals bijv. de homoeopathic, de belangstelling voor occulte geneeskunde, etc. Verdiept men zich echter in de vraagstukken die toen aan de orde waren, dan blijkt dat veel van de problematiek die thans nog actueel is reeds in die tijd gevonden wordt en dat er interessante voorstellingen van zaken te vinden zijn bij grote figuren als Carus en Goethe. Omstreeks 1850 treedt er een duidelijke kentering in het medisch denken op en vangt er een periode van ongeveer een halve eeuw aan die vrijwel geheel beheerst wordt door het positivisme. Onze vaderen, die verlangden naar de oprichting van een medische faculteit aan de Vrije Universiteit, kenden vrijwel alleen deze vorm van medisch denken, zoals die tot de eerste wereldoorlog bijna het gehele terrein van de geneeskunde beheerste. Omstreeks 1900 komen echter van de geneeskunde zelf nieuwe stimulansen: zo kan men wijzen op de modernisering van de biologie, op de dieptepsychologie van Freud, de phaenomenologische richting van Jaspers, en op de biotische psychologie van Pavlov. Door deze nieuwe richtingen zijn de overzichtelijkheid en exactheid van het medisch denken zeker minder geworden; de winst is hierin gelegen, dat men
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1965
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 364 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1965
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 364 Pagina's