1965 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 82
58
C. C. JONKER
4. Voorbeeld uit de natuurkunde Om te laten zien, hoe het voorafgaande toegepast kan worden bij het onderwijs behandel ik eerst een voorbeeld uit de natuurkunde. We stellen ons voor dat in de tweede of derde klasse de brekingswetten van Snel behandeld worden. Bij de experimentele voorbereiding als demonstratie of leerlingen-proef zijn tabellen gemaakt van de gemeten hoeken van inval en de bijbehorende hoeken van breking voor glas en voor water. Het blijkt vrij moeilijk in deze tabellen een regelmaat te vinden. Na enig proberen en hulp van de leraar blijkt dat de hoeken in graden gemeten, geen constante verhouding hebben, maar dat wel de verhouding van hun sinus constant is. Dat dit niet zo eenvoudig gevonden wordt is te illustreren met de historische bijzonderheid dat Ptolemaeus reeds in 140 n.C. eenzelfde tabel maakte voor water, die redelijk juist blijkt, maar dat pas in 1621, Snel (een landmeter vertrouwd met trigonometrie) de naar hem genoemde wet vindt. Daarna wordt gewezen op de omstandigheid dat de verhouding slechts bij benadering constant is. Een nieuwe serie proeven met meting bij andere hoeken kan nu volgen om de gevonden verhouding nader op zijn nauwkeurigheid te toetsen. Verder is het van belang even stil te staan bij het gebruik van de sinus van een hoek in de patuurkunde. Het is op zijn minst verbazingwekkend, dat de in de meetkundeles nogal abstract ingevoerde definitie van de sinus van een hoek toegepast kan worden èp en van belang is in de natuurkunde. Het gevonden verband, vastgelegd in een formule, wordt nu aan een nadere bespreking onderworpen die de volgende punten aan de orde kan stellen. a) Dit heet de wet van Snel. Na een enkele opmerking over het levenswerk van Snel, volgt de behandeling van de vraag: waarom heet dit een „wet"? De leerlingen kennen het begrip wet waarschijnlijk allen uit de volgende woorden: de wet van de tien geboden, verkeerswet, huwelijkswet, ceremoniële wet enz. Bij dit gebruik is er steeds te onderscheiden tussen een wetgever: God of een regering, die de wet uitvaardigt en degene waarvoor de wet geldt: de mens. Het gebruik van hetzelfde woord in de natuurkunde dient uitgelegd te worden en kan de vraag aan de orde stellen of deze wet ook door God gegeven is en of hier ook sprake is van een eerbiediging ervan. Kunnen we zegen dat God deze wet aan „de natuur" gesteld heeft? Hoewel dit laatste vroeger wel zo gezegd is, zou ik er toch de nadruk op willen leggen, dat wij hier als mensen een regelmaat vinden die
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1965
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 364 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1965
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 364 Pagina's