Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1965 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 356

3 minuten leestijd

300 citaten uit het begin van het boek. Ik meen dat deze op zichzelf al onze aandacht kunnen spitsen en, in hun algemeenheid, zeker onze instemming mogen hebben. S. schrijft: „Wij willen volhouden dat ook in onze tijd het christelijk geloof het algemeen en ongetwijfeld geloof is en blijft. Wij menen echter ook aan te moeten geven dat d i t . . . . in een wijsbegeerte en een levens- en wereldbeschouwing een vernieuwde gestalte moet krijgen" (pag. 18) en „ . . . . (men) kan radicaal christen zijn als moderne mensen, meelevend met deze eeuw". Het eigene van deze eeuw ziet S. allereerst in onze nieuwe historische situatie, waarbij de mens weer mobiel geworden is en in wereldwijd contact komt door het nieuwe communicatiesysteem. De oriëntatie van de mens hierin wordt echter doorkruist door de crisissituatie waarin de westerse mens geraakt is. S. bespreekt om hierin inzicht te krijgen de dialectische mens, de innerlijk verscheurde mens voor wie ja en neen, diesseits en jenseits, positief en negatief steeds samengaan. Met name willen we de heldere studie over Hegel noemen, die o.m. via Marx en Kierkegaard zo'n geweldige invloed heeft gehad en de geest van onze tijd bepaalt. Temeer belangrijk omdat Hegel ten onrechte onder ons vaak een grote onbekende is. Maar die dialectiek zelf wordt in onze tijd weer ondergraven door de relativering als gevolg van de intensieve wereldwijde contacten, waaruit dan de functionele mens geboren wordt (zoals die o.m. door de phaenomenologie wordt geanalyseerd), in wezen de ontwortelde mens. Een zeer verhelderende paragraaf is die waarin' duidelijk gemaakt wordt hoe deze functionele mens kon ontstaan omdat „God dood is", zoals reeds Nietsche predikte, maar dat in wezen deze doodverklaarde, door de westerse mens vermoorde god de god der griekse wijsbegeerte, de theo-

BOEKBESPREKING ontologische god is. Helaas is daardoor bij velen, die deze god met de God der openbaring verwarren, niet een nieuw zicht op de levende God gekomen, integendeel. De crisis in het christendom van vandaag is mede hiervan het gevolg. S's eigen visie is sterk beïnvloed door de wijsbegeerte der wetsidee. Prachtig en origineel opent hij zijn behandeling met Gods scheppingsopenbaring: God is geweld-dadig. De openbaring in de historie aan historische mensen komt daarna aan de orde. Belangwekkend is de uitvoerige bespreking van het Adam-probleem: is Adam de eerste mens? of, als historische figuur, niet meer dan het eerste verbondshoofd? Haast tè nuchter worden argumenten voor en tegen afgewogen en ons ter overdenking aangeboden, waarbij hij voor het laatste kiest, zij het niet zonder vraagtekens. Inderdaad vraagt dit punt nog diepgaande studie. Voorshands zouden wij de vraagtekens dubbel willen onderstrepen. In de volgende hoofdstukken, over de mens, gaat S. uitvoerig in op de evolutietheorie, daarbij helder samenvattend wat in onze kring over deze zaken de laatste jaren gedacht is. Hij keert zich ten slotte tegen dit evolutiegeloof, daar „de wetenschappelijk betrouwbare gegevens ontoereikend zijn om tot de evolutiedoctrine te concluderen. Het wijsgerig bezwaar richt zich tegen de gepostuleerde discontinue continuïteit, dit hegeliaanse insluipsel dat de crux van de evolutieleer moet verbergen" (pag. 197). In een hoofdstuk aan het eind van zijn uiteenzettingen over de structuur van de mens — waarin de zonde als verdervende macht die de menselijkheid als zodanig in gevaar brengt o.i. te weinig aandacht krijgt, en daardoor ook de vernieuwende werking van Christus in het menselijk leven — spreekt S. over het oordeel. Hierin draagt hij een originele visie voor, n.l. dat na het laatste

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1965

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 364 Pagina's

1965 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 356

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1965

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 364 Pagina's