1965 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 287
OVER DE MASSA'S VAN KERNEN
239
dracht heeft. De verschillen in de bindingsenergieën van 9 Ca-isotopen kon men zo zeer nauwkeurig berekenen. De overeenstemming met de experimentele gegevens is beter dan 0,3%. Meer fundamenteel wordt het paareffect beschreven als het formalisme, dat Bardeen, Cooper en Schrieffer ontwikkelden om de suprageleiding van metalen te verklaren, toegepast wordt op kernen. Ook andere experimentele gegevens worden met dit zogenaamde paarcorrelatiemodel goed beschreven. De massa's van kernen met speciale even aantallen protonen of neutronen in de kern blijken kleiner te zijn dan men op grond van het gemiddelde gedrag zou verwachten, die kernen zijn bijzonder stabiel. Deze getallen noemt men de magische getallen. Het optreden van deze magische getallen duidt erop, dat de nucleonen in de kern, evenals de electronen in de electronenwolk, gerangschikt zijn in schillen. Met het zogenaamde schillenmodel van de kern heeft men de magische getallen goed kunnen berekenen, mits de onderstelling gemaakt werd, dat er in de nucleon-nucleon wisselwerking een zogenaamde spin-baan term voorkomt. Voor het optreden van deze term is geen volledige theoretische verklaring gegeven. Om de bindingsenergie van niet stabiele kernen en de energie die vrijkomt of nodig is voor bepaalde kerntransformaties te kunnen voorspellen, heeft men semi-empirische massaformules opgesteld. De eerste formule werd ontwikkeld door Von Weizsacker en anderen, die op grond van het feit dat de dichtheid der kernmaterie constant is, in navolging van Bohr en anderen de kern vergeleken met een vloeistofdruppel. Behalve termen die het Coulomb-effect, het symmetrieeffect en het paareffect in rekening brengen, bevat deze uitdrukking nog twee termen voor de bindingsenergie van een kern. De eerste, de zogenaamde volumeterm, is een negatieve constante maal het massanummer A, waarmee dus de energie veroorzaakt door de optredende aantrekkende krachten met korte dracht tussen de nucleonen onderling, in rekening wordt gebracht. De tweede, zogenaamde oppervlakteterm, geeft hierop een correctie omdat de nucleonen aan het oppervlakte minder sterk gebonden zijn. Op deze formules zijn later vele correcties aangebracht zoals voor het diffuus zijn van het oppervlak der kern, het optreden van gedeformeerde kernen en effecten ten gevolge van de schilstructuur der kern. De bepaling der constantes, die in deze semi-empirische formules optreden, uit de experimentele gegevens leert, dat de sterkte van de
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1965
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 364 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1965
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 364 Pagina's