1965 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 112
84
J. LEVER
tieven zich openen voor biologisch onderzoek, in samenwerking met anthropologische wetenschappen. Men denke hierbij aan vergelijkende studies betreffende bij dieren voorkomende signaal- en gegevensoverdracht via acoustische, optische of mechanische systemen (bv. vogelzang, kleur- en lichtsignalen, bijendans) en de menselijke spraak. Zijn deze van geheel verschillend karakter en zonder genetisch verband, of ligt de zaak hier analoog aan die op het morphologische vlak? Men denke ook aan het werktuiggebruik bij de mens vergeleken met het gebruik van voorwerpen door dieren: spinnewebben, beverdammen, stokjes (die bep. Geospizidae, vinkachtigen van de Galapagos-eilanden, gebruiken om insecten uit met de snavel niet bereikbare hoekjes weg te halen), lijstersmidsen (lijsters slaan slakkenhuizen stuk op stenen), en het gedrag van zeeotters (aan de N.Amerikaanse W.kust voorkomende zoogdieren die van zee-egels leven: op hun rug liggend houden zij met hun ene voorpoot een steen op hun borst en slaan daarop met hun andere voorpoot de zee-egels stuk). Dit laatste vraagstuk krijgt een bijzonder accent bij de waardering van de vroeg-pleistocene mensachtige vormen waar een zo monotoon gebruik van eenvoudig bewerkte stenen is geconstateerd dat de interessante vraag rijst of dit als criterium voor het mens-zijn wel gebruikt mag worden, dan wel geheel vergelijkbaar is met de beperkte vastliggende gedragspatronen bij dieren. Kortom, hier kan vermoedelijk een uitgebreid nog in belangrijke mate braakliggend terrein van onderzoek worden aangewezen, waarop in de toekomst veel uiterst fundamenteel en in ons denken diep-ingrijpend onderzoek betreffende het evolutie-probleem kan worden verricht i. Uit ons vluchtig overzicht van enkele aspecten van het biologisch denken, zoals dat beïnvloed wordt door de evolutie-theorie, is wel voldoende gebleken hoe hier de oude kaders, begrippen (zoals leven, plant, dier, mens, soort), en systemen in beweging gekomen en dikwijls zelfs verlaten zijn. Men kan ook constateren dat de waardering voor deze meer bezinnende zijde van de biologie na de opkomst van de evolutie-gedachte aanmerkelijk is gedaald. In de laatste tijd is echter m.n. door de grotere belangstelling voor de mens en voor de toekomst van de evolutie de aandacht voor deze fundamentele problematiek sterk aan het toenemen. Hierbij kunnen bv. ^ Men zie ook W. H. Thorpe, Biology and the nature of man, Oxford, 1962.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1965
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 364 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1965
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 364 Pagina's